De Vlinderstichting zoekt uit hoe gewasbeschermingsmiddelen in natuurgebieden terechtkomen en wat het effect is op de insectenstand. De afgelopen maanden zijn 10 Natura 2000-gebieden bemonsterd. De komende zes maanden bekijkt de stichting wat het effect van de gevonden stoffen is op de vlinders, om directe en langetermijneffecten te bepalen.
Het gaat om grote en kleine Natura 2000-gebieden, die ook op verschillende afstand van landbouwgebieden afliggen. In die natuurgebieden vond de stichting dan ook verschillende gewasbeschermingsmiddelen en concentraties. Geen enkel gebied was vrij van stoffen, ook midden op de Veluwe werden resten van middelen gevonden. Bij de 51 gevonden middelen gaat het vooral om middelen die nog zijn toegestaan, maar er zijn ook stoffen gevonden die al lang verboden zijn.
Mede-verantwoordelijkheid
De Vlinderstichting wil weten hoe de gewasbeschermingsmiddelen in de natuur komen en of bijvoorbeeld drift, verstuiven of via huisdieren de belangrijkste routes zijn. De stichting acht het zeer waarschijnlijk dat de stoffen mede-verantwoordelijk zijn voor het teruglopende aantal insecten.
Langetermijneffecten
Het komende half jaar kweekt de stichting drie generaties vlinders onder nagebootste omstandigheden. Die worden vergeleken met vlinders gekweekt in een omgeving zonder pesticiden, met planten die vrij zijn van pesticiden. Zo wordt duidelijk of de rupsen en vlinders zich anders ontwikkelen. Het moet de directe en de lange termijneffecten in beeld brengen.
