De Nederlandse exportwaarde van bloemen en planten is in het eerste halfjaar van 2026 uitgekomen op € 4,1 miljard. Dat is een daling van 2,4% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De drie belangrijkste afzetmarkten – Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Frankrijk scoren allen een min.
De exportwaarde van snijbloemen kwam uit op € 2,5 miljard (-3%), terwijl de export van planten, € 1,6 miljard, beperkt afnam (-1%). In totaal was de exportwaarde in het eerste half jaar €4,1 miljard. Dat is 2,4% minder dan in dezelfde periode van 2025. De exportvolumes bleven relatief stabiel. Bij snijbloemen lag het volume 1% lager dan een jaar eerder, terwijl het plantenvolume nagenoeg gelijk bleef. Dat blijkt uit de exportstatistieken van Floridata.
„Tevreden zijn we natuurlijk nooit met een daling, maar we moeten ook realistisch zijn,” zegt Matthijs Mesken, directeur van VGB in de FloraFlits. „Ondernemers hebben momenteel te maken met geopolitieke spanningen, economische onzekerheid en een terughoudende consument. Ondanks die omstandigheden blijft de vraag naar bloemen en planten aanwezig, al zien we de afzet steeds verder verschuiven richting het retailkanaal.”
Top 3 in de min
Duitsland bleef in het eerste halfjaar de belangrijkste exportbestemming, maar liet een daling zien van 3,2%. Ook het Verenigd Koninkrijk (-1,7%) en Frankrijk (-1,0%) noteerden een lichte afname. In Duitsland deden vooral bloemen het minder goed; de plantenexport wist zich beter te handhaven.
Ook de Verenigde Staten realiseerden een (forse) min. Positieve uitzonderingen waren diverse Centraal- en Oost-Europese landen. Polen, Tsjechië, Hongarije en Roemenië realiseerden opnieuw groei en bevestigen daarmee hun toenemende betekenis als exportmarkt voor de sierteelt.
De internationale handel ondervindt de gevolgen van geopolitieke spanningen. Met name de onrust in het Midden-Oosten zorgt voor verstoringen in logistieke ketens en luchtvrachtverbindingen. Hierdoor worden exportstromen vanuit onder andere Kenia en Ethiopië bemoeilijkt, terwijl ook de beschikbaarheid van grondstoffen, zoals kunstmest, onder druk staat. „Bedrijven hebben behoefte aan stabiliteit en voorspelbaarheid,” aldus Mesken. „Internationale ontwikkelingen hebben direct invloed op transport, kosten en consumentenvertrouwen. Dat merken we in vrijwel de hele keten.”
Aandeel supermarkten groeit
De verschuiving in afzetkanalen zette ook in het eerste halfjaar door. Het aandeel van supermarkten groeide met 1% naar bijna 37% van de totale exportwaarde. Ook tuincentra en bouwmarkten wonnen verder terrein. Daar tegenover staat een afnemend aandeel van de importerende groothandel, dat uitkwam op 25,4%.
Ook het gespecialiseerde bloemistenkanaal blijft onder druk staan. Dit geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor Duitsland en Frankrijk. De omzet van Nederlandse bloemisten daalde in het eerste halfjaar met 10,4% volgens de Vereniging van Bloemisten Winkeliers (VBW), terwijl de sector daarnaast onzeker blijft over de voorgenomen btw-verhoging op sierteeltproducten.
„Bloemen en planten worden gelukkig nog steeds gekocht, maar steeds vaker via andere verkoopkanalen,” zegt Mesken. “Dat vraagt om aanpassingsvermogen van de hele keten, van kweker tot groothandelaar en detaillist.”
SPS-deal
Voor de handel met het Verenigd Koninkrijk biedt de voorgenomen SPS-overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk perspectief. De overeenkomst moet op termijn leiden tot het vervallen van grensinspecties en een aanzienlijke vermindering van administratieve lasten voor exporteurs. De ondertekening is echter uitgesteld, waardoor de invoering naar verwachting enkele maanden opschuift.
Voor heel 2026 verwachten Floridata en VGB dat de exportwaarde licht onder het niveau van vorig jaar zal uitkomen. „Een beperkte krimp lijkt op dit moment het meest realistische scenario,” concludeert Mesken. „Meer geopolitieke rust, herstel van het consumentenvertrouwen en duidelijkheid rondom internationale handelsafspraken zijn bepalend voor hoe de tweede helft van het jaar zich ontwikkelt.”
