Het bestrijdingsmiddel Pitcher had niet op de Nederlandse markt mogen worden toegelaten. Dat oordeelde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) op dinsdag 11 augustus. Volgens de rechter had het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) bij de beoordeling rekening moeten houden met de hormoonverstorende eigenschappen van de werkzame stof fludioxonil.
De uitspraak volgt op een procedure die Pesticide Action Network (PAN) tegen het Ctgb voerde. PAN stelt dat het middel vanwege de eigenschappen van fludioxonil nooit toegelaten had mogen worden. Het CBb oordeelt daarnaast dat het Ctgb onvoldoende heeft onderzocht of de hormoonverstorende eigenschappen gevolgen kunnen hebben voor niet-doelorganismen, zoals dieren en insecten. PAN noemt de uitspraak een overwinning. Margriet Mantingh, voorzitter van PAN-NL: „Weer blijkt dat giftige stoffen in Nederland eerst worden toegelaten en pas na een rechtszaak worden teruggetrokken — terwijl de schade aan mens en milieu dan al is aangericht. Het Ctgb moet niet wachten tot de volgende rechtszaak, maar nu eindelijk zijn verantwoordelijkheid nemen.”
Hormoonverstorende eigenschappen
Pitcher wordt gebruikt voor de dompelbehandeling van bloembollen en knollen en in de teelt van vaste planten en bloemisterijgewassen. Het CBb stelt dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) bij de toelating onvoldoende rekening heeft gehouden met de hormoonverstorende eigenschappen van fludioxonil. Het CBb baseert zijn oordeel mede op een beoordeling van de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA uit 2024, waarin fludioxonil als hormoonverstorend wordt aangemerkt.
Het is de tweede keer dat de rechter het Ctgb in deze zaak terugfluit. In februari 2025 vernietigde het CBb al een eerder besluit over de toelating van Pitcher. Het Ctgb moet nu opnieuw naar de toelating kijken.
