De infrastructuur ligt er, de nationale steun is geregeld en de warmtetransitie ligt op stoom. Toch is de aansluiting van de tuinbouwclusters Westland en Oostland op het warmtenet WarmtelinQ nog niet rond. Terwijl het kabinet fors investeert in collectieve warmte, blijft de cruciale rolverdeling in de regio onduidelijk. Volgens Gasunie is WarmtelinQ er klaar voor. Voor de aansluiting op de glastuinbouw in Westland en Oostland ligt de bal nu bij de sector zelf.
WarmtelinQ is het grootschalige warmtetransportnet dat restwarmte uit de Rotterdamse haven naar de regio Den Haag en Leiden brengt. Minister Hermans onderstreepte onlangs in een Kamerbrief dat het tracé Rijswijk–Leiden essentieel is voor de warmtetransitie in Zuid-Holland. Ook is bij de aanleg al rekening gehouden met de glastuinbouw. De sector heeft een vraagprofiel dat het profiel van de bebouwde omgeving goed aanvult, en is nodig om het warmtetransportsysteem beter te benutten.
In Delft liggen kant-en-klare aftakkingen die eenvoudig kunnen worden benut voor transport naar Westland en Oostland. De glastuinbouw heeft aangegeven dat ze in 2030 deze warmte wil afnemen. Tot nu toe heeft echter niemand een definitieve aanvraag ingediend.
