Het kabinet schrapt een deel van (nieuwe) zzp-wetgeving die al in de Tweede Kamer lag. Het gaat om het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Dat deel van de wetgeving zorgde voor teveel onrust.
Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) wordt door minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie deels weer ingetrokken. Dit wetsvoorstel is nog door het vorige kabinet naar de Tweede Kamer gestuurd, maar in plaats van duidelijkheid gaf deze wet alleen maar onrust,
„Het is belangrijk om zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en opdrachtgevers duidelijkheid te geven. En daarmee te zorgen voor rust onder hen, zodat we voorkomen dat opdrachten onnodig wegvallen. Voor een deel van het wetsvoorstel Vbar dat in de Kamer lag, ontbrak het aan draagvlak. Dat zorgde voor onrust in de markt. Daarom haal ik dat deel van het wetsvoorstel van tafel”, verduidelijkt de bewindsman.
Nieuwe Zelfstandigenwet
Ook als Kamerlid is Aartsen jaren bezig geweest met de zzp-wetgeving, die hij te onduidelijk vond en onwerkbaar voor zelfstandigen. Met een geheel nieuwe Zelfstandigenwet wil minister Aartsen wél voor die duidelijkheid zorgen.
Het kabinet schrapt het deel van het wetsvoorstel Vbar dat was bedoeld om te verduidelijken wanneer iemand daadwerkelijk als zelfstandige werkt of eigenlijk werknemer is. Het kabinet wil zo snel mogelijk de Zelfstandigenwet daarvoor in de plaats brengen.
Invoering van de Zelfstandigenwet is een afspraak uit het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet. Daarmee moeten zzp’ers een duidelijkere positie en erkenning in de wet krijgen.
Laagbetaalde zzp’ers
Het kabinet wil vaart maken met het Vbar-gedeelte waarmee laagbetaalde zzp’ers makkelijker hun rechtspositie kunnen opeisen. Het gaat om zzp’ers die tot €38 per uur (peildatum 1/1/2026) verdienen.
Als zzp’ers een beroep doen op het rechtsvermoeden moeten opdrachtgevers aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Kunnen ze dat niet, dan is sprake van schijnzelfstandigheid en heeft een zzp’er ook recht op de bescherming die hoort bij iemand in loondienst.
Volledige handhaving
In Nederland werken bijna 1,2 miljoen mensen als zzp’er. Sinds 1 januari 2025 wordt weer volledig op schijnzelfstandigheid gehandhaafd. Dat blijft zo. Als er wordt gewerkt met een zzp’er en er blijkt toch sprake van een arbeidsovereenkomst, dan moet de opdrachtgever alsnog loonheffingen afdragen. Daarnaast zijn er ook risico’s voor het arbeids- en pensioenrecht.
Strekking
Al met al wordt het voor laagbetaald werk moeilijker om mensen als zzp’er aan te merken. Beter betaalde zzp’ers kunnen juist makkelijker buiten loondienst blijven.
