Sinds jaren is de sierteeltsector gewend rond Valentijn en Moederdag geconfronteerd te worden met berichten over ‘gif’ op bloemen of ‘oneerlijke bloemen’. Normaal komen deze berichten van milieuorganisaties. Dit keer is het een overheidsinstantie. De sector voelt zich wederom genoodzaakt te verdedigen. Dit doet ze zeer uitgebreid met de inmiddels bekende argumenten.
Volgens het bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRO) kleven er mogelijke gezondheids- en milieurisico’s door gewasbeschermingsmiddelen aan geïmporteerde rozen en andere snijbloemen van buiten de EU. Dit heeft onderzoek van dit onafhankelijk adviesorgaan binnen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) uitgewezen. De sierteeltsector hecht veel waarde aan de bescherming en gezondheid van medewerkers en consumenten en neemt de aanbevelingen serieus, reageert ‘Ontdek Sierteelt’ op het advies en rapport van BuRO. Ze gaat hierover dan ook graag in gesprek met NVWA.
Niet bewust rond Valentijn
Elk jaar rond Valentijn komt er weer een bericht naar buiten over ‘gif’ op bloemen of ‘oneerlijke bloemen’. Enkele jaren geleden kwamen deze berichten standaard van HIVOS en Greenpeace. De laatste jaren vaak van Pesticide Action Network Netherlands (PAN-NL). In de sector is er verbazing dat het negatieve ‘middelenbericht’ nu afkomstig is van een overheidsinstantie. NVWA laat weten dat het persbericht niet bewust vlak voor Valentijnsdag is gepubliceerd. De publicatie volgt kort na de afronding van het onderzoek door BuRO.
De strekking van het bericht van NVWA is uiteraard koren op de molen van milieuorganisaties. Binnen het uur dat het NVWA-persbericht online stond, was de reactie van Natuur & Milieu al te lezen. Ze roept consumenten op om, waar mogelijk, te kiezen voor biologische bloemen. Daarmee haal je geen gif in huis en steun je kwekers die laten zien dat bloemen telen ook kan zonder schade aan mens en milieu. PAN NL volgde een dag later: „Achter veel rozen schuilt verboden gif. Nieuw onderzoek van NVWA en RIVM bevestigt wat PAN-NL al jaren aankaart: geïmporteerde snijbloemen bevatten pesticiden die in de EU verboden zijn.”
Roep om MRL bloemen en planten
BuRO beveelt aan de aanwezigheid van residuen van gewasbeschermingsmiddelen op geïmporteerde rozen en andere snijbloemen van buiten de EU te reguleren of passende maatregelen te treffen voor mensen die er mee werken. Er is nog geen specifieke Europese regelgeving die maximale residulimieten van gewasbeschermingsmiddelen op snijbloemen vaststelt. De zogenoemde maximum residulimiet (MRL) geldt wel voor levensmiddelen.
Over een MRL voor bloemen en planten zegt demissionair landbouwminister Wiersma In een Kamerbrief als reactie op het BuRO-rapport: „Sinds 2017 heeft de Europese Commissie met verschillende lidstaten discussie gevoerd over residuen op snijbloemen. Nederland blijft hierbij inzetten op een effectieve uitvoering en handhaving van de bestaande Europese regelgeving en neemt actief deel aan de Europese overleggen over dit onderwerp. Daarnaast blijft Nederland zich inzetten voor verdere harmonisatie en, waar nodig, aanscherping van het Europese beleid, met het oog op een hoog niveau van bescherming van mens, dier en milieu.”
Het ontbreken van een MRL voor (geïmporteerde) bloemen en planten vindt Natuur & Milieu een fundamentele fout in het bestrijdingsmiddelenbeleid. „Hierdoor kunnen bloemen veel ruimer worden bespoten en komen gevaarlijke stoffen ongecontroleerd Europa binnen. Nederland is een belangrijk doorvoerland voor bloemen: hier eisen stellen beschermt consumenten en natuur in heel Europa. Het zorgt er daarnaast voor dat bloementelers wereldwijd het gebruik van bestrijdingsmiddelen aanpassen.”
Luc De Bruyne, werkzaam bij de Belgische retailer Colruyt Group van voornamelijk groenten en fruit, uitte tijdens het MPS GreenConnect-event op 1 oktober 2025 zijn verbazing dat er nog geen Europese MRL-normen zijn voor bloemen en planten. Hij raadt de Nederlandse sierteeltsector daar toch het voortouw in te nemen. Al was het maar om daar de regie over te houden. „Als jullie het niet doen dan komen grote retailers binnen de kortste keren met eigen MRL’s.”
Geen verhoogd gezondheidsrisico
BuRO verwacht dat de meeste aangetroffen stoffen geen gezondheidsrisico’s opleveren. Er is wellicht alleen een verhoogd gezondheidsrisico als consumenten rozenblaadjes consumeren die daar niet voor bestemd zijn; met name voor kleine kinderen. Eerdere onderzoeken laten volgens ’Ontdek Sierteelt’ ook geen verhoogd gezondheidsrisico voor consumenten zien bij normaal gebruik. Alleen bij dagelijks en zeer langdurig contact (circa 8 uur per dag bloemen in de handen hebben) is het dragen van beschermende handschoenen noodzakelijk. Iedereen kan met een gerust hart een bos bloemen in huis halen.
Middelengebruik binnen- versus buitenland
Ook binnen de ’eigen sectorgelederen’ wordt de inhoud van het NVWA-bericht ‘verwelkomd’. Zowel de Facebookgroep ‘Kwekers tegen VERPLICHTE certificering’ als de initiatiefnemers van de petitie tegen verplicht certificeren is het een doorn in het oog dat met in Nederland ‘verboden’ middelen kwekers in het buitenland milieucertificaten kunnen behalen.
En zij zijn niet de enige. In het laatste trendrapport van Royal FloraHolland vindt 84% van de kwekers dat de wettelijke duurzaamheidseisen uniform moeten zijn in alle landen. In het eerste trendrapport (juli 2025) was dit nog 73%. Maarten Bánki, Head of Sustainability bij de veilingcoöperatie: „Die wens begrijpen we. Feit is wel dat kwekers uit bijvoorbeeld Kenia te maken hebben met een heel ander klimaat, met andere teeltomstandigheden en een andere plaagdruk. Dat vraagt ook om een andere aanpak en middelen.” Daar kan biologische zomerbloemen Maurits Keppel in ieder geval met zijn pet niet bij. „Tussen de regels door lees ik dat FloraHolland gebruik van middelen verdedigt die verboden zijn in de EU. Onbegrijpelijk.”
Mondiaal zelfde uitgangspunt
Al langere tijd zet de sierteeltsector vanuit de hele keten in op transparantie, meetbaarheid en veiligheid vanuit duurzaamheid. Het uitgangspunt is overal ter wereld hetzelfde: bloemen en planten moeten veilig zijn voor mens, dier en milieu’, betoogt Ontdek Sierteelt. De toelatingssystemen van gewasbeschermingsmiddelen binnen Europa, Afrika en Zuid-Amerika, de regio’s waar bloemen en planten worden geproduceerd, zijn vanuit lokale wetgeving echter verschillend. Welke werkzame stoffen nodig zijn voor een bepaald gewas, hangt van meerdere factoren af, zoals klimaat, teeltsystemen en ziekte- en plaagdruk. In Afrika en Zuid-Amerika, maar ook in Zuid-Europa, zijn er andere ziekten en plagen dan in Nederland bijvoorbeeld.
Harmonisatie nastreven
Binnen Floriculture Sustainability Initiative (FSI) is ook de basis dat kwekers altijd moeten voldoen aan de wettelijke eisen, legt directeur Jeroen Oudheusden uit. Dat begint bij de wetgeving in het land van productie, en daarnaast kijken veel kwekers en certificeringsschema’s nadrukkelijk naar de wettelijke eisen in het land van afzet, bijvoorbeeld de EU, om daar zoveel mogelijk mee in lijn te zijn en discussies te voorkomen. Dat gebeurt al jaren en vormt een belangrijke basis.
Harmonisatie kent echter ook een andere kant, benadrukt Oudheusden: „Bovenop de wettelijke kaders hanteren veel retailers eigen, bovenwettelijke eisen, die sterk van elkaar verschillen. De ene retailer legt de nadruk op EU-toegelaten middelen en watergebruik, de andere op bestuivers, kunstmest, veenvrij telen of andere thema’s. Hierdoor worden kwekers in de praktijk geconfronteerd met veel verschillende lijsten en aanvullende eisen, wat de overzichtelijkheid en werkbaarheid niet altijd ten goede komt. Juist daarom wordt harmonisatie nagestreefd. Niet omdat die er al volledig is, maar om te zorgen voor meer duidelijkheid, consistentie en gezamenlijke richting in bovenwettelijke eisen. Vanuit FSI proberen we deze harmonisatie via de standaarden en onze leden vorm te geven.”
Aan verdergaande harmonisatie wordt gewerkt
FSI probeert harmonisatie niet alleen vorm geven, maar wil ook verder harmoniseren. Daartoe is FSI is in de afgelopen maanden samen met onderzoekers van CLM Onderzoek en Advies een onderzoek begonnen waarbij stoffen in gewasbeschermingsmiddelen die momenteel in gebruik zijn in kaart te brengen. Vervolgens wil ze realistische scenario’s creëren voor het uitfaseren van de gevaarlijkste stoffen.
Zo veel mogelijk data worden naast elkaar gelegd, onder meer van middelen die per land en per gewas zijn toegestaan, de negen door Greenpeace ongewenste middelen en de ongewenste middelen die op de lijst van PAN-NL staan. Deze gegevens zetten de onderzoekers naast de wereldwijde gebruiksgegevens van middelen die door kwekers worden gebruikt. Voor de Nederlandse gegevens maken ze daarvoor gebruik van algemene (niet-individuele) MPS-gegevens. Deze gegevens worden weer gelegd naast de tientallen verschillende lijstjes die bij retailers in omloop zijn.
Oudheusden verwacht dat FSI tegen het einde van het eerste kwartaal met resultaten naar buiten komt.
Duurzame stappen in binnen- en buitenland
De sierteeltsector zet volgens Ontdek Sierteelt grote stappen richting milieuvriendelijker telen. Dat blijkt onder meer uit de volgende resultaten van gecertificeerde kwekers:
• Sinds 2015 is er wereldwijd een daling van maar liefst 78% in het gebruik van de meest milieubelastende (chemische) gewasbeschermingsmiddelen.
• Wereldwijd is er sinds 2015 een daling van 35% van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen de sierteelt per hectare.
• Sinds 2015 is er een daling van 96% van het gebruik van de meest milieubelastende middelen bij Nederlandse kwekers van potplanten. Bij snijbloemen gaat het om een daling van 88%.
• In Ecuador is de inzet van gewasbeschermingsmiddelen sinds 2016 met 64% gedaald.
• In Kenia is er een daling van maar liefst 58% van het gebruik van de meest milieubelastende middelen sinds 2019. De Keniaanse overheid brengt momenteel haar wetgeving voor gewasmiddelenbescherming in de tuinbouw meer in lijn brengt met de wetgeving in de EU.
• In Ethiopië is er een daling van 56% van het gebruik van de meest milieubelastende middelen door kwekers sinds 2019.
• Certificering volgens FSI-eisen (Basket of Standards met milieu-, GAP- (Good Agriculture Practice) en sociale certificaten): 77% in EU, 83% in Kenia en 89% in Ethiopië.
Achter Ontdek Sierteelt gaan Glastuinbouw Nederland, FloraHolland, Plantion, PFFH, Tuinbranche Nederland, VBW, VGB, Anthos, KAVB en LTO Vakgroep Zomerbloemen schuil. (bron: MPS, Florverde en Royal FloraHolland)
