Uit een werkgeverspeiling in de land- en tuinbouw blijkt dat in meerdere regio’s een groot tekort is aan huisvestingsplekken. Werkgevers willen investeren in goede, veilige huisvesting, maar lopen vast op regelgeving, lange procedures en ruimtegebrek. Volgens Andries Middag, directeur Greenports Nederland, mede namens LTO Noord, ZLTO, LLTB en partners, is dit het moment om politieke keuzes te maken.
Uit de peiling blijkt dat werkgevers duizenden extra huisvestingsplekken nodig hebben. De grootste behoefte aan tijdelijke huisvesting wordt genoemd in Zuid-Holland (2.663 plekken), Limburg (2.196), Noord-Brabant (1.926) en Noord-Holland (1.553). Ook op gemeentelijk niveau zijn de tekorten fors. Werkgevers in onder meer Horst aan de Maas, Noordwijk, Haarlemmermeer, Westland en Hollands Kroon geven aan tegen grote knelpunten aan te lopen.

Waarom een enquête?
„De initiatiefnemers tot de enquête zetten zich al jaren actief in voor versnelling van de bouw van voldoende goede en betaalbare huisvesting op of dicht bij bedrijven. Om die aanpak goed onderbouwd bij overheden neer te leggen, zijn cijfers nodig over de huisvestingsbehoefte bij telers.”
En wat maken die cijfers duidelijk?
„De peiling geeft geen volledig landelijk beeld, maar wel een duidelijke indicatie dat de druk in meerdere regio’s hoog is. Er komt een helder beeld naar voren: werkgevers willen zelf verantwoordelijkheid nemen voor goede huisvesting, maar krijgen daarvoor onvoldoende ruimte. In de praktijk blijken gemeentelijke en provinciale regels, maar ook lange vergunningstrajecten, ervoor te zorgen dat goede huisvesting voor arbeidsmigranten op of dicht bij het bedrijf lastig is.
Geen verrassende resultaten. Toch?
„Helaas niet. Eerlijk gezegd vind ik de cijfers nog wat aan de lage kant. Het daadwerkelijke probleem is groter. Belanghebbende partijen staan voor substantiële opgaven staan.”
En nu?
„Wij vragen overheden om internationale werknemers expliciet op te nemen als doelgroep in woonbeleid en meer ruimte te bieden voor huisvesting op het eigen erf. Eveneens beleid beter aan te laten sluiten op de praktijk van seizoensarbeid in de land- en tuinbouw en vergunningprocedures sneller en voorspelbaarder te maken.”
Dit vergt?
„Onder meer dat gemeenten en provincies regionaal samen werken aan voldoende huisvestingslocaties. Nogmaals, daar werken en denken boeren en tuinders graag aan mee. De vraag naar arbeidsmigranten blijft in ieder geval voorlopig bestaan. Dan moet je ook samen verantwoordelijkheid nemen voor goede en verantwoorde huisvesting. De politieke keuzes die gemeenten en provincies nu maken, bepalen of arbeidsmigranten straks goed kunnen wonen én of de sector kan blijven draaien.”
Verwacht jij die medewerking van gemeenten en provincies?
„Mijn positieve antwoord mede uit eigen belang is ja. Mijn realistische antwoord is dat acties van gemeenten en provincies niet nu door onze peiling opeens voortvarender gaan verlopen. Dat vraagt bestuurlijke moed en die is dun gezaaid.”
Is er zelfs kans op landelijk beleid?
„Wat betreft woonbeleid hebben gemeenten meer bevoegdheden gekregen. Op dit issue komt er dus geen landelijk beleid. Ik denk dat huidige geschikte locaties straks wellicht niet meer geschikt worden bevonden voor arbeidsmigranten omdat landelijk beleid de lat voor goede huisvesting verhoogt.”
Waaraan draagt duidelijk beleid bij?
„De gevolgen reiken verder dan de sector alleen. Veel internationale werknemers wonen nu noodgedwongen in gewone woningen in dorpen en woonwijken. Als goede huisvesting op of nabij het agrarisch bedrijf mogelijk wordt gemaakt, vermindert juist de druk op de woningmarkt.”
Nog enkele cijfers
Uit de peiling komt een helder beeld naar voren: werkgevers willen zelf verantwoordelijkheid nemen voor goede huisvesting, maar krijgen daarvoor onvoldoende ruimte. Maar liefst 71% van de werkgevers geeft aan het liefst zelf huisvesting op eigen terrein te realiseren. Daarmee willen zij zorgen voor goede en veilige huisvesting dicht bij het werk.
Tegelijkertijd zegt 50% dat gemeenten daarvoor nu weinig of geen mogelijkheden bieden. Daarnaast noemt 3 % lange vergunningprocedures als groot knelpunt. 31% noemt de hoge kosten als belemmering, vooral doordat investeringen lastig rendabel zijn bij tijdelijke vergunningen.
De gevolgen reiken verder dan de sector alleen. 56% van de werkgevers geeft aan dat internationale werknemers momenteel verblijven in reguliere woningen in dorpen en woonwijken. Meer mogelijkheden voor huisvesting op of nabij het agrarisch bedrijf kunnen de druk op de toch al krappe woningmarkt juist verlichten.
