De kans op introductie van potentiële quarantaineorganismen via de import van sierplanten uit derde landen is groot. Het Bureau Risicobeoordeling & onderzoek van de NVWA adviseert de directeur van de National Plant Protection Organization van Nederland daarom om in de Europese Unie te pleiten voor het aanscherpen van de algemene vereisten voor de import van planten.
Aanleiding van het advies is het aantal vondsten van quarantaineorganismen in recente jaren (2021-2024) die konden worden gelinkt aan de import van sierplanten. In totaal ging het om 10 verschillende quarantainesoorten die met name staan genoemd in de EU-wetgeving. Het Bureau Risicobeoordeling & onderzoek heeft voor dit tiental het risico voor Nederland beoordeeld en de effectiviteit van de huidige Europese regelgeving geëvalueerd om introductie van de organismen te voorkomen. De huidige eisen die gesteld worden aan de import van planten of de implementatie van deze eisen wordt als onvoldoende beschouwd om introductie van de meeste van de 10 organismen te voorkomen.
Wanneer rekening wordt gehouden met de mogelijkheden om het organisme te bestrijden, dan lijkt de potentiële schadelijkheid voor Nederland van de meeste van de 10 quarantaineorganismen klein of beperkt. Door verdere opwarming van het klimaat kan de potentiële impact van sommige organismen wel toenemen. De impact van een vondst of vestiging van elk van de 10 quarantaineorganismen kan toch groot zijn vanwege de verplichte quarantainemaatregelen.
Advies Bureau Risicobeoordeling & onderzoek
Om de kans op introductie van een aantal specifieke quarantaineorganismen via de import van planten uit derde landen en uit andere landen van de Europese Unie te verminderen, adviseert het Bureau Risicobeoordeling & onderzoek:
• Aanscherping van de Europese regelgeving voor import van planten waarmee Scirtothrips dorsalis en Euwallaceae fornicatus s.l. binnen kunnen komen en kunnen worden verspreid binnen de Europese Unie.
• Communicatie richting derde landen voor de juiste implementatie van de Europese regelgeving met betrekking tot Meloidogyne enterolobii en eventueel het instellen van een tijdelijk importverbod van plantensoorten uit landen waarop Meloidogyne enterolobii meermaals is onderschept.
• Eventuele herziening van de Europese quarantainestatus van cotton leaf curl Gezira virus en andere begomovirussen en het carlavirus cowpea mild mottle virus en vervolgens aanscherping van de importeisen met betrekking tot de virussen die de status van quarantaineorganisme behouden.
• Aanscherping of heroverweging van de huidige Europese regelgeving met betrekking tot Aleurocanthus spiniferus.
• Een voorlopige wijziging van de naam ‘Scirtothrips dorsalis’ in ‘Scirtotrips dorsalis sensu lato’ in de lijst van Europese quarantaineorganismen.
• Het opstellen van een ‘pest categorisation’ door de Europese autoriteit voor voedselveiligheid EFSA van de verschillende cryptische soorten binnen het Scirtothrips dorsalis – complex, op basis waarvan vervolgens besloten kan worden welke soorten de quarantainestatus in de Europese Unie behouden.
Controles op bedrijven
Daarnaast adviseert het Bureau Risicobeoordeling & onderzoek om door te gaan met controles op bedrijven die planten importeren als onderdeel van het nationale fytosanitaire surveillanceprogramma. Ook is het relevant om bij een vondst van een soort uit het Scirtothrips dorsalis – complex te bepalen om welke cryptische soort het gaat.
Verder is het van belang om informatie over de verspreiding van Eotetranychus lewisi binnen de Europese Unie bij te houden. Eventueel kan er voor worden gepleit om de voorschriften die nu gelden met betrekking tot dit organisme bij import uit derde landen ook te laten gelden bij handel binnen de Europese Unie.
