Telers van gerbera zijn de afgelopen drie jaar steeds meer gaan inzetten op preventieve maatregelen om ziekten en plagen in hun bloemen zoveel mogelijk te voorkomen. Ook kiezen ze steeds meer voor een biologische aanpak. Dat blijkt uit een tussentijdse evaluatie van een pilot-project met zogeheten stimulerend toezicht van de NVWA en Glastuinbouw Nederland op 28 van de 29 gerberabedrijven in Nederland. De pilot startte in 2022 en loopt tot 2027.
Aanleiding voor de pilot was de slechte naleving van de gewasbeschermingsregels in de gerberateelt. De pilot heeft als doel om telers te stimuleren meer in te zetten op zogeheten geïntegreerde gewasbescherming, of in het Engels: Integrated Pest Management (IPM). Daarbij gebruiken telers verschillende methoden om ziekten en plagen te voorkomen, te beheersen en te bestrijden. Het streven is om minder afhankelijk te zijn van (chemische) gewasbeschermingsmiddelen. Geïntegreerde gewasbescherming vraagt om een andere manier van werken. Dat kost tijd en daarom is gekozen voor een vijfjarige pilot.
Andere manier van telen
Hoewel alle 28 deelnemers aan de pilot hun manier van telen in de afgelopen drie jaar hebben aangepast, lukt het de ene teler beter dan de andere om IPM-maatregelen goed toe te passen. Elf telers hielden zich daarbij volledig aan de wet- en regelgeving voor gewasbeschermingsmiddelen. Bij 17 telers constateerde de NVWA overtredingen. Vaak ging het daarbij om gewasbeschermingsmiddelen die te vaak of in een te hoge dosis werden toegepast. Eén teler bleek een middel te gebruiken dat niet is toegelaten, gedrag waarvan Glastuinbouw Nederland resoluut afstand neemt.
Positieve ontwikkeling
Dat gerberatelers zich steeds meer toeleggen op geïntegreerde gewasbescherming noemt voorzitter Adri Bom-Lemstra van Glastuinbouw Nederland een positieve ontwikkeling. “Zeker gezien het feit dat de ziekte- en plaagdruk elk jaar weer anders is. Tel daarbij op dat je je manier van telen niet van de ene op de andere dag aanpast. Dan weet je als teler dat je voor een enorme uitdaging staat. Gelukkig zien we nu dus dat er stapje voor stapje vooruitgang wordt geboekt.”
Zorgwekkende knelpunten
“We zijn er nog niet”, erkent Bom-Lemstra, doelend op de geconstateerde overtredingen. Ze wijst daarbij nadrukkelijk op een aantal zorgwekkende knelpunten. Zo zijn de mineervlieg en rups zeer schadelijke plagen waarvoor nog onvoldoende biologische middelen of methoden beschikbaar zijn. Dat is ook de reden waarom we laten onderzoeken hoe je bijvoorbeeld gaasvliegen, als natuurlijke vijand van de mineervlieg, kunt inzetten.”
Insectengaas en bankerplanten
Telers zijn volgens de voorzitter volop actief als het gaat om IPM. “Meer dan de helft van alle gerberatelers heeft bijvoorbeeld al insectengaas in de ramen, waarmee je voorkomt dat schadelijke insecten de kas invliegen. Ook hebben vrijwel alle gerberatelers goten in de kas hangen met ‘bankerplanten’, speciale planten waarin natuurlijke vijanden van schadelijke insecten zich prettig voelen.” Bom-Lemstra noemt verder een werkgroep van telers die nieuwe groene middelen testen en experimenteren met bijvoorbeeld UV-licht waarmee de schimmelziekte meeldauw is te bestrijden.
Glastuinbouw Nederland, de deelnemende telers en de NVWA zijn positief over de onderlinge samenwerking in de pilot. “Het stimulerend toezicht in de gerberateelt is een goed voorbeeld hoe je samen kunt werken aan een betere naleving van de gewasbeschermingsregels door meer in te zetten op IPM”, aldus Bom-Lemstra. Het liefst ziet Glastuinbouw Nederland dat er daarom ook pilots in andere gewasgroepen zouden starten.
Bron: Glastuinbouw Nederland
