De ministers Keijzer en Van Hijum vinden dat grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten mogelijk moet blijven. Dit schrijven ze in een brief aan de Tweede Kamer. Ze leggen daarmee de aangenomen motie van SP’er Bart van Kent naast zich neer.
De Tweede Kamer nam op 19 februari 2025 een motie van Van Kent aan. De motie verzocht de regering om met een plan van aanpak te komen om de bouw van grootschalige huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten tegen te gaan. Volgens Van Kent zijn er zeer grootschalige projecten in voorbereiding waar arbeidsmigranten op basis van logies op elkaar gepropt worden gehuisvest en dat meer huisvestingslocaties leiden tot meer arbeidsmigranten.
Mona Keijzer (VRO) en Eddy Van Hijum (SZW) schrijven in een reactie op de motie aan de Tweede Kamer dat het belangrijk is om grip te krijgen op arbeidsmigratie. Het demissionair kabinet voert bovendien de adviezen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten het rapport ‘Geen tweederangsburgers’ van 2020 onverkort uit. Keijzer: „Ook op het gebied van huisvesting verdienen arbeidsmigranten geen tweederangs behandeling. We moeten voorkomen dat zij onder erbarmelijke omstandigheden worden gehuisvest, met onvoldoende huurbescherming. De minister van SZW en ik delen dan ook de zorgen over situaties waarin arbeidsmigranten niet menswaardig worden gehuisvest en de opvatting dat er grip moet komen op arbeidsmigratie, die ten grondslag liggen aan de motie.”
Voldoen aan kwaliteitsnormen
Volgens de ministers vinden veel van de misstanden rondom de huisvesting van arbeidsmigranten hun oorsprong in het tekort aan woonruimten. Grootschalige huisvestingslocaties dragen, naast andere huisvestingsvormen, bij aan het terugdringen van het tekort aan huisvesting. Bovendien ziet het demissionair kabinet dat deze locaties vaak voldoen aan kwaliteitsnormen en er goede voorzieningen voor de bewoners zijn. De grootschaligheid maakt het ook eenvoudiger om beheer en toezicht te organiseren op deze locaties.
Er zijn volgens de ministers dus ook veel voordelen van grootschalige huisvestingslocaties. „Dit hebben de minister van SZW en ik ook gezien op werkbezoeken aan verschillende grootschalige huisvestingslocaties, zoals onlangs in Honselersdijk in de gemeente Westland. Op de locatie in Honselersdijk hebben bewoners een eigen slaapkamer, kunnen ze gebruik maken van goede voorzieningen en is er beheer aanwezig op het terrein”, aldus Keijzer.
De ministers vinden dat gemeenten op basis van de lokale situatie een afweging kunnen maken welke vormen van huisvesting in de gemeente nodig zijn. Hierbij kunnen ze aansluiten op onder andere de aantallen arbeidsmigranten die in de gemeente werken en het type bedrijvigheid. Zij kunnen in hun beleidsvoornemens voor nieuwe huisvestingslocaties ook rekening houden met de beoogde verblijfsduur van arbeidsmigranten. Bovendien kunnen ze zorgdragen voor passende mogelijkheden voor ontmoeting en inbedding in de bredere samenleving.
Van cruciaal belang
Keijzer en Van Hijum wijzen de Kamer erop dat verschillende wethouders, in reactie op de motie van Van Kent, bij het kabinet hebben aangegeven dat grootschalige huisvestingslocaties in hun gemeente van cruciaal belang zijn om de leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren en problemen in stadswijken te voorkomen. „Zij benadrukken dat het de werkgelegenheid is die arbeidsmigranten aantrekt en dat huisvesting slechts een gevolg is, geen oorzaak.”
Het demissionair kabinet deelt deze mening en vindt daarom dat een generieke aanpak om de bouw van grootschalige huisvestingslocaties tegen te gaan niet het juiste middel is om grip te krijgen op arbeidsmigratie en de misstanden op het gebied van huisvesting aan te pakken, zoals de motie voorstelt. Keijzer: „Daarom zien de minister van SZW en ik geen aanleiding om gericht te sturen op de omvang van huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten. Wij willen gemeenten de vrijheid laten om te bepalen wat in de lokale context het meest passend is, zolang de huisvesting maar kwalitatief goed is.”
Het demissionair kabinet blijft zich wel richten op maatregelen voor een selectiever en gerichter arbeidsmigratiebeleid en het opvolgen van de aanbevelingen van het Aanjaagteam.
