Wageningen University & Research (WUR) maakt voorzichtige vorderingen bij het onderzoek naar de biologische bestrijding van tulpengalmijt. Dat bleek maandagmiddag 26 mei tijdens het tweede webinar uit een serie van drie over het plaaginsect.
Bij het onderzoek naar de biologische bestrijding bleek dat de tulpengalmijt soms via andere mijten op en in de bol terechtkomt. „Aan de poten van de veel grotere bollenmijt bijvoorbeeld, maar ook in de haren van de iets grotere stromijt”, vertelde onderzoekster Ada Leman van WUR. De tulpengalmijt is maar 0,2 mm groot, de stromijt is 0,5 mm en een volwassen bollenmijt meet een millimeter.
Volgens Leman werd het onderzoek gehinderd door het feit dat mijten en roofmijten makkelijk ontsnappen en verplaatsen, waardoor het even duurde voordat de juiste methode werd gevonden om te zien wat roofmijten tegen tulpengalmijt doen. Een van de geteste roofmijten, B. dentriticus (Blatti), eet de helft van de tulpengalmijten op en de nimf van de Blatti kan ook diep in de bol doordringen. „De Blatti voelt zich goed in de bollen”, aldus Leman. Ze gaat nu uitzoeken of ze bij een volgende test hetzelfde resultaat ziet. „Het is dus nog erg experimenteel”, voegde ze toe.
