Het Hoogheemraadschap van Delfland gaat actief handhaven op lozingen van schermmiddelen. Ze stelt dat die middelen schadelijk zijn voor de kwaliteit van het oppervlaktewater.
Delfland beroept zich op haar Waterschapsverordening (Wsv) waarin bij artikel 7.20a staat dat lozingen van scherm- en krijtmiddelen in het oppervlaktewater niet mogen zorgen voor visuele en thermische verontreinigingen. Als zij bij haar toezicht toch een witte sloot ziet of als een lozing constateert van niet-zichtbare scherm- of krijtmiddelen (bijvoorbeeld middelen die zonlicht diffuus maken), dan legt Delfland een last onder dwangsom op.
Schadelijke gevolgen
Het Hoogheemraadschap laat weten dat krijtlozingen op de sloot direct gevolgen hebben oppervlaktewaterkwaliteit. Het water kan bijvoorbeeld een hogere zuurgraad krijgen, waardoor het ecologisch evenwicht wordt verstoord. Daarnaast kleurt krijtwater het water melkwit en de krijtdeeltjes slaan uiteindelijk neer op de bodem en op waterplanten. Door deze waas en neerslag kan zonlicht minder goed doordringen in het water. Hierdoor produceren waterplanten minder zuurstof, wat ook schadelijk is voor vissen en ander onderwaterleven. Bovendien kunnen schermmiddelen de kieuwen van vissen aantasten.
Alternatieven en zorgvuldig werken
Het Hoogheemraadschap weet dat krijt veel wordt gebruikt op kassen, maar er bestaan volgens haar alternatieven om zonlicht te weren, zoals speciaal glas en buitenschermen. Als een teler toch krijt of andere schermmiddelen wil gebruiken, dan moeten dat toegestane middelen, zonder schadelijke toevoegingen zijn. Het waterschap kon desgevraagd nog geen voorbeelden geven van die toegestane middelen.
Bij het aanbrengen van een krijtlaag kan lozing ontstaan door slordig werken. Maar dat krijt kan dan door regen ook afspoelen als het nog onvoldoende gehecht is aan het kasdek. En bij het verwijderen van de krijtlaag in het najaar komt alles los. Delfland wil dat zowel bij het aanbrengen als verwijderen al het krijtwater wordt opgevangen, bijvoorbeeld in een bassin.

