Er is geen verschil in het effect van een CATT/ULO-behandeling als wordt gekeken naar het stadium waarin de bol zit. Dat blijkt uit een proef die Yorick van Leeuwen van CNB Koelen en preparen afgelopen zomer uitvoerde. Tijdens de CNB Bloem- en relatiedagen zijn de resultaten te zien. Van Leeuwen is zeer content met die resultaten.
Aanleiding voor deze proef was de vraag of het uitmaakt in welk stadium van de tulpenbol een CATT/ULO-behandeling wordt toegepast om bijvoorbeeld galmijt tegen te gaan. „De aanname was dat dit niet uitmaakt, maar soms kregen we toch signalen dat dit wel zo zijn. Dan is het belangrijk om dit goed uit te zoeken en dat hebben we gedaan”, aldus Yorick van Leeuwen.
Broeisortiment
Afgelopen zomer nam Van Leeuwen uit reguliere partijen van tien veel gebruikte tulpencultivars in de broeierij voor de retail, zoals ‘White Prince’, Pink Ardour’ en ‘Jan Seignette’, een monster van honderd bollen. Deze waren onbehandeld. Daarna is van alle cultivars een monster genomen als ze in stadium I en stadium II waren, in P1 en P2, in A1 en A2+ en in stadium G. Elk monster kreeg in het genoemde stadium een CATT/ULO-behandeling. Vervolgens zijn ze afgebroeid.
Enthousiast
De bakken met bloeiende tulpen zijn de afgelopen week geshowd tijdens de CNB Bloem- en relatiedagen in Lisse. Van Leeuwen is zelf content met het resultaat. „Het ziet er keurig netjes uit. Ik heb geen bloemafwijkingen gevonden. Dit bevestigt de stelling dat de CATT/ULO-behandeling veilig is in alle ontwikkelingsstadia van de bol na het rooien.” Van Leeuwen was afgelopen week bij CNB en kreeg van bezoekers veel positieve geluiden te horen. „Ze waren enthousiast. De resultaten gaven hen een positieve indruk.”
