Machinefabriek Cremer is al meer dan 75 jaar een begrip in de bollensector. Maar wat gebeurt er allemaal in dit bedrijf? Die vraag werd vrijdag 27 en zaterdag 28 maart beantwoord tijdens de Cremer Factory Tour, waar bijna tweehonderd belangstellenden op af kwamen.
Deelnemers aan dit open huis komen uit allerlei soorten bedrijven. Waar de een de machines van Cremer gebruikt om bollen te tellen is de ander een relatie die machines van Cremer inbouwt in de eigen machines. Veel verder dan het kantoor zijn ze nooit geweest. En nu krijgen ze de gelegenheid om ook eens te zien hoe die machines tot stand komen.
Michael Pickering van Cremer neemt zijn groepje mee en laat in ruim anderhalf uur zien hoeveel stappen er in het proces plaatsvinden die uiteindelijk leiden tot bijvoorbeeld de telmachine die veel bollenbedrijven hebben staan.
Zelf maken
Al snel wordt duidelijk dat Cremer heel veel onderdelen het liefst zelf maakt. Gespecialiseerde machines maken van een blokje aluminium een van de vele onderdelen van zo’n telmachine, zoals een stripje waarin LED-lampjes worden gemonteerd.
Ook het lassen doet Cremer zelf en is vooral handwerk. „Hier worden de platen die al in andere machines zijn voorgesneden gebruikt om een machine samen te stellen. Dat gebeurt met MIG- of TIG-lassen”, aldus Pickering. Een deelnemer bekijkt het laswerk en is onder de indruk van de hoge kwaliteit. Ook het spuitwerk voert Cremer in eigen beheer uit.
Snoep en medicijnen
Als machines klaar zijn, gaan ze naar de klant. Die zitten over de hele wereld. Dat betekent transport per schip naar landen in Noord- en Zuid-Amerika. Daar bij gaat het meestal niet om bollenmachines, maar om telmachines voor medicijnen of snoepgoed. Pickering legt uit dat een telmachine voor medicijnen 25.000 stuks per minuut kan tellen.
Lelies tellen
De rondleiding eindigt in de showroom, waar onder meer de bekende bollenteller staat. Daarop liggen lelies. „Voor ons altijd een lastig gewas, omdat er zoveel wortels aan zitten. Door aanpassingen in de software is het gelukt om nu ook lelies heel betrouwbaar te tellen”, aldus Walter Hermans van Cremer.
