Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie (VVD) heeft besloten het RIVM niet te vragen om een nieuw agrarisch cohortonderzoek op te zetten naar de gezondheidseffecten van beroepsmatige blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Dit schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer.
Zijn besluit volgt op een haalbaarheidsonderzoek dat het RIVM uitvoerde op verzoek van de ministeries van VWS, LVVN en SZW, naar aanleiding van een motie van Tweede Kamerlid en partijgenoot Peter de Groot uit juni 2023. De motie vroeg de regering om te onderzoeken of de ziekte van Parkinson moet worden aangewezen als beroepsziekte voor landbouwers.
Langjarig onderzoek
In het haalbaarheidsonderzoek concludeerde het RIVM dat een agrarisch cohortonderzoek de meest geschikte manier zou zijn om de gezondheidseffecten van gewasbeschermingsmiddelen te onderzoeken. Dit type onderzoek volgt een grote groep mensen (het cohort) over een periode van tien tot twintig jaar. Onderzoekers registreren de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen gedurende deze tijd. Ze zoeken naar het verband tussen deze blootstelling en gezondheidsproblemen zoals Parkinson, kanker en luchtwegaandoeningen.
Geen geld beschikbaar
Aartsen geeft echter aan dat het opzetten van zo’n grootschalig onderzoek aanzienlijke tijd- en middeleninvesteringen vraagt. Er zouden minimaal 30.000 agrariërs moeten deelnemen aan het onderzoek, wat overeenkomt met ongeveer een kwart van de 120.000 mensen die op stabiele basis werkzaam zijn in de agrarische sector in Nederland. Het vraagt veel moeite om zoveel mensen langdurig te begeleiden en te monitoren, wat het onderzoek organisatorisch uitdagend maakt. De minister stelt dat er op dit moment geen middelen beschikbaar zijn voor een dergelijk onderzoek. Het RIVM schat de kosten voor de opstartfase op 2,5 miljoen euro, met jaarlijkse vervolgkosten van ongeveer 1 miljoen euro.
Ook in andere landen
Ook in andere landen lopen cohortonderzoeken, zoals in Noorwegen, de VS, Frankrijk en Denemarken, die al waardevolle informatie opleveren. Volgens de minister kunnen deze studies inzichten bieden die ook relevant zijn voor de Nederlandse situatie, zonder dat er een nieuw cohortonderzoek in Nederland hoeft te worden opgestart. Dit soort onderzoek levert vaak pas na lange tijd aanvullend bewijs op, omdat Parkinson zich pas na vele jaren manifesteert, wat het extra tijdrovend maakt om verbanden te trekken.
Daarnaast verwacht Aartsen dat de onafhankelijke Adviescommissie Lijst beroepsziekten (ALb) binnenkort advies uitbrengt over de mogelijke toevoeging van Parkinson aan de regeling Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten (TSB-regeling). Dit advies zal belangrijk zijn voor agrariërs die mogelijk lijden aan Parkinson door beroepsmatige blootstelling aan bestrijdingsmiddelen.
Hoewel Aartsen het RIVM niet vraagt om een nieuw onderzoek te starten, staat hij open voor initiatieven van andere partijen, zoals wetenschappelijke instituten of sectororganisaties. Hij is bereid te verkennen welke rol zijn ministerie kan spelen in een dergelijk initiatief.
