Samen met een medewerker leg ik de stoomkettingen in het midden van het zeil. Voorzichtig lopend, want je maakt met een hak zomaar een gat in het plastic. Daar zijn dan wel weer plakspullen voor, maar voorkomen is beter dan genezen. Terwijl we zo samen bezig zijn bedenk ik dat een waterslang in het midden zo gek nog niet is. Maar ja, waar laat je het water als je klaar bent met het vak stomen?
Zoveel bezoekers alweer die hun neus ophalen en vragen: ‘Ben je aan het stomen? O, wat ruikt dat toch lekker!’ Ze komen meteen met herinneringen aan de tijd dat hun vader of een ander familielid de kasgrond aan het stomen was. Wat zijn geuren toch mooi. Ze roepen meteen van alles op.
Ook mijn oudste neef van moederskant kent het, van dichtbij nog, want voor hem is het nog niet zo lang geleden, dat stomen. ‘Maar wij graven het zeil altijd in. Dat is echt niet meer werk hoor!’ Ik geloof hem best, maar ik kan me nog wel herinneren uit onze begintijd dat grond vaak wel zorgde voor kleffige randen met modder. ‘Dus wij sjouwen nog wel even met kettingen.’
