Ik kan in ieder geval niet meer zeggen dat ze hier alleen maar komen halen en nooit brengen. Want opeens was-ie er. Zonder aankondiging. Wat zeg ik? Ik zag hem opeens staan. En meteen vroeg ik me af, was dat gisteren ook al? Eergisteren? Vorige week misschien? Ik had werkelijk geen flauw idee. Een puistje of een blaar op je lip voel je komen. Daar weet je de ontstaansgeschiedenis van. Van dit niet. Raadselachtig.
Ik vroeg in het rond of iemand wist waar-ie van was. Nee, niemand. Gek toch? Er staat een oliedrum op je erf en geen mens weet waar dat ding vandaan komt. Alsof er ’s nachts een bui is overgetrokken en ploep, daar staat een vat. Moet toch een flinke klap zijn geweest, want 200 liter is niet niks. Er is midden in de nacht weleens een band van een bakkruiwagen die buiten tegen de muur stond geknald, nou, we lagen stijf in bed. Maar nu? Niks hoor. Als een roos geslapen.
En stom ook, we hebben van die camera’s hangen. Dan kun je toch terugkijken wat er is gebeurd. Helemaal niet aan gedacht. Ja, een paar weken later nadat ik hem voor het eerst had gezien. En zolang bewaren we de gegevens niet. Nee, ze hoeven mij niet als invalrechercheur te bellen. Dat wordt niks. Oliedom.
