We naderen twee runderen met grote scherpe horens op hun koppen. Ze zien er vervaarlijk uit, maar we doen alsof we niet bang zijn. Voorzichtig lopen we tussen de dieren door. Tegelijk met het weer groter worden van de afstand verwijdt ook onze blik zich. ‘Kijk, daar staat guichelheil!’
Het zakt steeds verder weg in ons collectief geheugen. Die oude oppervlaktematen. Gewend als we zijn aan het metriek stelsel kunnen we ons al haast niet meer voorstellen dat het ooit anders was. Ik had nog een vader die rekende met ‘zoveel roe’, een hont en bunders, maar dan moest je wel bedenken dat het ging om een Rijnlandse roede. Want in Amsterdam of Groningen had je het over andere oppervlaktes bij een roede. Om het verhaal af te maken: In een Rijnlandse roede gaat 14,19 m2. Een hont is 100 roedes, in een gemet of morgen zitten 600 roedes en een bunder is 700 roedes. En met een bunder, nooit meer vergeten, wordt nu in het algemeen een hectare bedoeld.
Met mijn zwagers bezoek ik tijdens ons jaarlijkse uitje het eiland Tiengemeten. Met een veerpont steken we vanaf Nieuwendijk het Vuile Gat over. Het is prachtig weer na een week met wind en regen. De korte broeken komen goed van pas tijdens de wandeling over een deel van het eiland. Dat vinden de aanwezige muggen trouwens ook. Ik heb er nog dagen plezier van. Maar dat moet je over hebben voor een dag in de natuur.
