Ze kijkt me aan. ‘Dus er komt ook nog een soort van doek aan de bovenkant van de kas?’ Ik beaam het. ‘Of eigenlijk is het een soort gaas. Om de wind te breken als we zuidwesterstorm krijgen. Dat zit aan de onderkant vast aan de goot en bovenin aan de nok.’ Haar ogen draaien weg. ‘Dan zie je helemáál de lucht niet meer!’
Het gaat er al aardig op lijken achter ons huis. Eerst was er de periode van slopen. Daarna, toen het leeg was, het egaliseren. En dan nu de nieuwbouw. Eerst de voet en de betonnen poeren. Daarna de staalbouw, de aluminium goten en de nokken. En inmiddels is het beglazen in volle gang. ‘Je zal het vol moeten zetten met plantjes…’ zeg ik weleens melodramatisch. Want wat een lap grond ligt er.
Mijn vrouw maakt zich meer druk om de hoogte. De oude kas had een poothoogte van 3,25 meter, de nieuwe gaat naar vijf meter. En dat zie je natuurlijk vanuit ons huis, want onze eigen tuin is ruim zeven meter diep. Sta je in de keuken dan kijk je op de kas. Een prachtig gezicht wat mij betreft, maar daar zijn de meningen over verdeeld.
