We rijden stapvoets langs kassen en bedrijfsruimtes. De ramen open. Ik heb me op de achterbank genesteld, voor het eerst van mijn leven. In een politieauto, welteverstaan. Vier paar ogen speuren in het rond. We kijken of het nog een beetje veilig is in ons gebied. ‘Ruiken jullie het ook?’ vraagt er een. ‘Wat?’ doe ik dommig. ‘ Wiet!’ klinkt het antwoord.
Ik moet een bekentenis doen. Ik weet niet hoe wiet ruikt, heb het nooit gebruikt en de enkele keer dat ik een jointroker passeerde merkte ik het kennelijk ook niet op. Ooit op het strand van Scheveningen zei een van mijn kinderen het toen we langs een groepje jongemannen liepen. Dat er wiet werd gerookt. Ik pikte het niet op. Echt een provinciaaltje dus.
Als ik het tv-programma Eenvandaag mag geloven komt daar snel verandering in. In Hellevoetsluis klagen ze steen en been over stankoverlast als gevolg van de cannabisteelt in kassen. Het is zo’n staatswietbedrijf dat legaal produceert. Had eerst nog wel wat voeten in de aarde omdat een bankrekening openen tegenwoordig niet vanzelf gaat. Vertel mij wat. Begin je eigen BV en kom onder de indruk van de papierwinkel die je moet invullen en accorderen.
