We fietsen samen op zondagmiddag naar huis. Even gezellig koffie en een borrel (fris) gedronken bij onze dochter en schoonzoon en hun kinderen. Op het fietspad overschrijd ik de stippellijn terwijl aan de andere kant een man op een elektrische step nadert. Hij schudt zijn hoofd terwijl we elkaar passeren. Ik kijk om. Hij ook. Ik stop en roep: ‘Wat is er aan de hand? Gaat er iets niet goed?’ Hij stopt ook. We draaien beiden om en naderen elkaar tot op vijf meter. Als dat maar geen matten wordt.
Ik vraag nogmaals wat er precies is. ‘Wat er is? Je rijdt over het midden op mijn helft en je vraagt wat er is?’ Heftig bewegend met zijn armen maakt hij me duidelijk dat ik alle ruimte neem en voor hem minder over laat. ‘Of heb je misschien een hekel aan elektrische steps? Vind je dat ik daar mee thuis moet blijven?’ Inmiddels is mijn vrouw er ook bij komen staan. ‘Maak je niet zo druk joh, je kon er toch gemakkelijk langs?’ En ik probeer met een glimlach ook de kou uit de lucht te halen. ‘Dit gebeurt wel vaker hoor. Vaak kies ik er dan voor om even in te houden en achter elkaar te gaan rijden, maar nu dacht ik dat het gemakkelijk kon zo.’ Hij is niet te overtuigen. Het blijft gelukkig wel bij woorden. Hoofdschuddend vervolgt hij zijn weg.
Toch heeft hij een punt. Hoeveel ruimte mag een mens innemen op deze aardbol? Weleens over nagedacht? Waar eindigt jouw ruimte en begint die van een ander? Laat ik een voorbeeld noemen. Sinds de kas achter ons gesloopt is hebben we veel meer geluidsoverlast van de treinen op het HSL-viaduct. Vooral de donkerrode Eurostar maakt een verschrikkelijke bak lawaai en omdat de kas als buffer weg is hoor je hem ook al van ver aankomen. En weet je hoeveel treinen dagelijks ons passeren? Dat zijn er 269! Vandaar dat mij de laatste tijd regelmatig de vraag bekruipt hoeveel ruimte je mag innemen, ook als openbaar vervoersbedrijf. Zijn er geen grenzen aan?
