Op de radio hoor ik een item over Japanse duizendknoop. Voor veel mensen de plantaardige evenknie van de rode Amerikaanse rivierkreeft. Invasieve exoten die je liever kwijt bent dan rijk. Behalve voor de mevrouw die aan het woord is. ‘Je kan van duizendknoop heerlijke gerechten maken à la rabarber.’
Het is een beetje van deze tijd. Is er van iets te veel of mag je het niet meer bestrijden dan kies je voor de kannibalistische oplossing: opeten. Zevenblad bijvoorbeeld. Schijn je pesto van te kunnen maken. Dan kijk je ook meteen heel anders naar je tuinborders. Daar staat dan geen onkruid meer maar smakelijke groene blaadjes. Een soort van volkstuintje bij huis. Omdenken noem je dat.
Hier op de tuin kunnen we daar ook nog wel wat van leren. Vooral heermoes is al jaren een doorn in het oog van een van mijn broers. Het kwam onder de gevelvoet door en wat hij ook verzon, het was niet weg te krijgen. Nu keek ik daar niet van op, want waar ik ook kom in de dorpen om ons heen (Bleiswijk, Bergschenhoek en Berkel), overal steekt de kattenstaart tussen de trottoirtegels de kop op. Dus het zou wel gek zijn als wij het niet tegen zouden komen.
