In de veredeling van melkvee slaagt men er al ruim een eeuw in om door selectie van ouders en nakomelingen steeds een volgende generatie dieren te fokken met een meer rendabele productie. In dat selectieproces is melkproductie belangrijk evenals tientallen ondersteunende eigenschappen waaronder uiergezondheid, afkalfgemak, karakter en weerstand tegen stofwisselingsziekten. Al die eigenschappen zijn generaties lang objectief waargenomen (fenotyperen), vastgelegd in het stamboek en gebruikt om fokwaarden te berekenen en uiteraard inteelt te beperken. Van stamboekvee weet men wie de voorouders en verwanten zijn, en kan men een inschatting maken van de overerfbaarheid van gewenste en ongewenste eigenschappen. De fokwaarde is daarmee een maat voor de erfelijke aanleg van een eigenschap geworden. Hiermee is de basis gelegd voor de voorspellende veredeling. Bij de veredeling van melkvee, maar ook bij varkens, kippen, paarden of zalm: allemaal maken ze gebruik van deze methode. Zo ook voor de belangrijkste akkerbouw- en groentegewassen. Het is de enige manier om verbetering te realiseren op complexe genetische eigenschappen. Inmiddels wordt dit aangevuld door DNA-merkertechnologie waarmee DNA-patronen die gekoppeld zijn aan die eigenschappen in het veredelingsproces gevolgd kunnen worden (genotyperen).
Hoe staat het ermee in de sierteelt ? In 2019 publiceerde Prophyta, een tijdschrift voor veredelaars en producenten van uitgangsmateriaal een artikel getiteld ‘Cut rose breeding in peril’. Hierin sommen de auteurs op waarom de snijroosveredeling in gevaar is: een sceptische houding van veredelaars om data van nakomelingen vast te leggen en om gerichte kruisingen te maken omdat de meeste successen toch toevalstreffers waren, zeer beperkte genetische basis van kruisingsouders waardoor inteelt leidt tot gebrek aan fertiliteit en opbrengst in stelen/m2 en lengte. Ze constateerden dat dit al vanaf de tachtiger jaren van de vorige eeuw gaande is. Huidige marktdata lijkt dat te bevestigen want inmiddels bestaat nog maar 50% van de rozenmarkt uit nieuw ontwikkelde rassen die de afgelopen 15 jaar zijn geintroduceerd.
Snijroos is maar één voorbeeld. Wij zijn dat ook nagegaan voor gewassen zoals chrysant en tulp. Ook daar blijkt dat rassen die de veredelingshuizen de afgelopen 30 jaren hebben geintroduceerd overall geen significante vooruitgang laten zien op belangrijke eigenschappen voor teler en consument. De plantenveredeling lijkt eerder gericht te zijn geweest op plantverfraaiing dan –verbetering. Het goede nieuws is dat uit diezelfde studie is gebleken dat er nog volop genetische variatie aanwezig is met verbeteringswaarde. Echter, die moet wel ontkoppeld worden van variatie die er een negatieve invloed op heeft. Het winnende veredelingshuis weet die genetische variatie gericht te zetten voor plantverbetering door de ‘fokwaarde’ van de kruisingsouders generatie op generatie te verbeteren: het toeval voorbij.
