We staan met z’n drieën op het pad. Naast ons op ooghoogte de kamille. We grijpen zo snel als we kunnen vijf takken uit de trays en leggen die op de oogstband die boven het pad is opgehangen. Tersluiks werp ik een blik op het vak waar de nog te oogsten bloemen drijven. Pff, dat schiet nog niet op. Niet mijn fijnste ochtend.
Er was een moment, net na de zomervakantie, dat ik dacht dat de stekker van de waterteelt eruit zou gaan. We zouden die ochtend de waterteelt oogsten, maar wisten van tevoren al dat het drama was. De warmte, het overvloedige zonlicht, het klimaat, wat dan ook, het wilde niet lekker groeien. Ongelijkheid in het gewas, geen kwaliteit waar je trots op kon zijn. En dat bleek ook al snel. We besloten niets te veilen. Alles ging de groenbak in. Ik durf te zeggen dat het toen bij mijn zoon en neef ook even door het hoofd ging. Stoppen.
Maar nee. Na een nachtje slapen zagen ze het toch weer zitten. We gingen nu de herfst in. Betere omstandigheden, toch nog een keer proberen. Voor de hoeveelste keer inmiddels? Misschien wel de vijftiende keer. En inderdaad, de kamille die we nu oogsten is veel beter. Wel lichter van gewicht dan de grondteelt, maar vooruit.
