Het is de maandagmorgen na mijn vakantie. ‘Hang je zelf de oogstband om?’ vraagt mijn zoon. ‘Nou, laten we dat maar niet doen,’ sputter ik tegen. Hij laat de band inlopen, we verrijden naar de volgende twee bedden, en met de joysticks op de machine positioneer ik de lift met de achterwagen op de juiste plek. Vervolgens laat ik de band dan wel uitlopen. Terwijl we liggen te snijden hoor ik achter me een pieper. Brandweeralarm! Als een schicht schiet zoonlief naar voren, mij vertwijfeld achterlatend. Straks moet ik in mijn eentje de boel verhangen!
Op je eigen tuintje van drie-en-een-halve meter poothoogte is het allemaal gesneden koek. Je weet hoe het werkt. De achterwagen van de oogstband is zwaar, maar als je weet hoe je hem moet pakken kun je hem gewoon van de ene naar de ander pijp tillen. En de beugels waar de band overheen loopt zijn niet zo lang. De verwarmingspijp is dichtbij.
Straks als onze nieuwbouw klaar is, wordt dat anders. Een goothoogte van vijf meter betekent dat ook de verwarmingspijpen ruim anderhalve meter hoger komen te hangen. Een nieuwe achterwagen is echt niet meer te tillen, dus die zal ook op een lift komen op de oogstband. En daarom is het wel lekker dat we deze zomer alvast oefenen op Tuin 3 waar die hoogte gemeengoed is.
