‘Hoe gaan we het doen? Werken tot half een en daarna naar huis? Het is nu al boven de dertig graden, dus vanmiddag is het helemaal niet meer te doen.’ We kijken elkaar aan. Wegen af. Zoveel nog te oogsten. Zoveel vakken nog te planten. Frezen, gaas rollen, andere klusjes. ‘Ik denk dat het wel kan.’
Een groot deel van Europa pufte weer onder de hittekoepel. Een nieuw woord dat ik de afgelopen dagen heb geleerd. Hete oceaanlucht die als een deksel over ons heen ligt en door de hoge druk uit de atmosfeer naar beneden wordt geduwd. Met een heldere hemel en veel zonneschijn warmt het alleen maar verder op, tot recordtemperaturen voor deze tijd van het jaar.
Thuis treedt dan alarmfase vijf in werking. Zonneschermen omlaag, gordijnen ’s ochtends aan de noordkant dicht voor de opkomende zon en deuren en ramen zo min mogelijk open. Even erin en eruit, maar wee je gebeente als je de deur open laat staan. Dan zwaait er wat. Angstvallig houden we de thermometer in de huiskamer in de gaten. Inmiddels heb ik ook de ventilatorpilaar tevoorschijn gehaald. Die maakt het niet kouder, maar verkoelt wel.
