‘O ja, ik heb ook een koffiemachine besteld met bonen die, als je op het knopje drukt, direct gemalen worden.’ Ik kijk hem aan. ‘Zo, niet meer met het filterapparaat?’ ‘Nee, ik had het van de week nog, dan zijn er hier een paar aan het werk en dan vergeet ik weer om koffie te zetten. Dit is veel gemakkelijker.’
Ik ben een gewoontedier. Hoe meer jaren ik achter me heb liggen, hoe beter ik het zie. Ik gedij bij regelmaat en voorspelbaarheid. Als een voor mij liggende week zich houdt aan het plaatje dat ik in mijn hoofd heb, komt het allemaal goed. Maar o wee als er plotselinge gebeurtenissen plaatsvinden. Dan raak ik uit de melk of van mijn apropos, of van de leg of hoe je het ook maar wil noemen. Autisme, zeggen mijn kinderen dan. Of mijn vrouw.
Ik herkende het wel, die reclame van Hans Anders, jaren geleden. Over die man die tot in de puntjes zijn eigen verjaardag voorbereidde zodat hij niet voor verrassingen kwam te staan. Niet dat ik verjaardagen nu zo goed voorbereid, dat zij verre van me, maar de gedachte erachter wel. De hang naar maakbaarheid zit ook in mijn genen. En het onverwachte heeft daarin geen plek. Terwijl ik drommels goed weet dat dingen vaak anders lopen dan je had bedacht.
