Hij was op maandag ziek thuis gebleven en op dinsdag, brak, weer aan het werk gegaan. Er moest nog wel wat gebeuren voordat het zaterdag was. Dat zou de dag worden waarop we familie, vrienden en bekenden hadden uitgenodigd op de nieuwe tuin een kijkje te komen nemen. ‘Ik zal blij zijn als deze week voorbij is…’ zucht mijn zoon.
Ik moet wat bekennen. Over mijn vrouw en mij. Wij lijken altijd zo opgewekt en alles gaat ons ogenschijnlijk gemakkelijk af maar dat is slechts schijn. In werkelijkheid zien wij ook weleens op tegen bijvoorbeeld verjaardagen en feestjes. Dan hoeven we elkaar ’s morgens als we zijn opgestaan maar aan te kijken om te weten wat we bedoelen: ‘Als we vanavond eerst maar weer op bed liggen.’
Gek genoeg heb ik daar in deze feestweek geen last van. Op woensdag wordt de ketel stoomklaar gemaakt en ontvangen we ook nog een delegatie van de zaadveredelaar om de tuin te komen bewonderen. Ik geef ze een rondleiding en voel me in mijn element. De door hen meegebrachte taart is heerlijk. ’s Middags kan ik het eerste stoomzeil laten bollen en ook dat is een feestje. Om elf uur ’s avonds zet ik de ketel weer uit en het voelt alsof we nu echt begonnen zijn.
