Vorige

’We hebben een hoopvol verhaal’

Beeld
Ellis Langen

Het begon 2023 met een reis van tuinbouwondernemers naar Costa Rica. Daar werden hun ogen geopend. De Nederlandse tuinbouw produceert natuurbesparend, maar geen sterveling kijkt er zo tegenaan. Dat verandert niet door te zeggen wat de sector allemaal goed doet. „Het moet geen discussie zijn over feiten, maar over waarden”, zegt Marco van der Sar, initiatiefnemer van het manifest ’De eerste duurzame generatie’. Na het overtuigen van de eigen bubbel wil ze doorpakken.

Hoe is het idee van het manifest ontstaan?

„In Costa Rica zagen we dat landsparing werkt. In de jaren tachtig was in dat land nog maar 24% natuur. Er kwam een minister die boeren compenseerde om op de plekken waar productie vanwege de bodem niet goed genoeg is, daar niet te laten telen, maar daar natuur te maken. Tegelijkertijd koos hij ervoor om de boeren zo intensief mogelijk te laten produceren daar waar de bodem er wel heel geschikt voor is. Hierdoor heeft Costa Rica weer bijna 50% natuur, maar ook nog steeds een nummer één positie in de export van bananen en ananas. Als je produceert op de meest efficiënte plek en manier, krijg je meer productie op minder land. Dat schept dus ruimte voor meer natuur. Zo zou er ook tegen de Nederlandse land- en tuinbouw aangekeken kunnen worden.”

Dat is wel een hele ommezwaai als je kijkt naar hoe de sector wat betreft duurzaamheid in het maatschappelijke debat wordt neergezet.

„Dat komt omdat maar één ingesleten zienswijze over duurzaamheid in dat debat domineert. Die van de profeten, ofwel ecologen. Zij gaan ervan uit dat de wereld vooral te redden valt door te consuminderen, local for local, kleinschalig of biologisch produceren. De huidige, hoogproductieve en technologische Nederlandse land- en tuinbouw past niet in dat beeld terwijl ze toch het meest duurzaam kan produceren. Gelukkig is er nog een andere zienswijze, die van de tovenaars, ofwel de technologen. Weliswaar een veel kleinere groep. Zij geloven dat welvaart, innovaties en technologische oplossingen kunnen worden ingezet om milieuproblemen op te lossen en de sleutel zijn tot het voeden van de groeiende bevolking. Landsparing is daar onderdeel van. Als manifestschrijvers vinden we niet dat de tovenaars of de profeten gelijk hebben. De waarheid ligt in het midden. Wel is het denkbeeld van de tovenaars over duurzaamheid minder bekend en daardoor onderbelicht.”

Het manifest moet die onbekendheid veranderen?

„Klopt. Ons uiteindelijke doel is toe te werken naar een nieuwe definitie van duurzaamheid. Als je honderd jaar terugkijkt, zie je dat de planeet het heel goed had, maar de mens had het slecht: er was veel armoede en sterfte. Als je ziet wat de mensheid de afgelopen honderd jaar heeft gedaan voor zichzelf, maar helaas ten koste van de planeet, dan is dat best indrukwekkend. Kijk naar de betere cijfers over armoede, kindersterfte, gewoon door meer welvaart. Het is indrukwekkend hoe we als mensen onze vernuftigheid hebben ingezet om het goed te doen voor onszelf. Wij zeggen: laten we de komende eeuw ’de eerste duurzame generatie’ zijn waarin we het niet alleen goed voor onszelf doen, maar ook voor de planeet. Een wereld waar mensen én de natuur floreren. We kunnen problemen oplossen. Dat is een hoopvol verhaal.”

Wat is daarvoor nodig?

„We hebben gezien en ervaren dat de tuinbouw constant in de verdediging zit. Hoe duurzaam je ook produceert, productie in een kas zal nooit volledig passen in het beeld van de profeten en dus het dominante beeld in de maatschappij. Het staat te ver af van de natuur en hun romantische beeld van het telen van voedsel of bloemen. We gaan als sector dus geen gelijk krijgen door in de verdediging te schieten en te benoemen wat we feitelijk allemaal goed doen, iets wat de belangenbehartiging nu veel doet. We moeten veel meer op de  lange termijn gaan denken, af van het welles-nietes en het polariserende debat. Immers, uiteindelijk wil iedereen een betere planeet en een welvarende mensheid. Het moet veel meer een waardediscussie zijn, want er zijn verschillende wegen naar een duurzame toekomst. Uiteindelijk zullen mensen meer bekend moeten raken met wat de tovenaars aanhangen, het ecomodernisme. Dat stelt het idee centraal dat technologische vooruitgang de menselijke impact op de natuur vermindert, maar ook dat economische groei en de impact op het milieu ontkoppeld zijn. Daar bestaan hoopvolle statistieken over die echt feitelijk zijn, zoals de data van ’Our World Data’ van Hannah Ritchie, die aantonen dat vroeger niet alles beter was.”

Hoe gaan jullie dit doen?

„We doorlopen vier sporen om het duurzaamheidsdebat te verbreden. Allereerst door ons te organiseren en onze andere kijk op duurzaamheid de wereld in te brengen. Met het manifest, gelanceerd op de GreenTech vorig jaar, zijn we daarmee van de kant gegaan. Het tweede spoor is de inhoud van het manifest verbreden en verdiepen door een waardediscussie op gang te brengen over de gekozen thema’s in het manifest. Dat betekent de tuinbouw bekijken vanuit een ecomodernistische blik, zoals landsparing, de ontkoppeling van welvaart en milieuschade – meer welvaart leidt niet per definitie tot meer schade aan de natuur, maar kan juist het tegendeel betekenen – maar bijvoorbeeld ook de waarde van export definiëren, en het optimistische verhaal, geloven in de kracht van de mens, voorop zetten. Zo hebben we de waarde ’landsparing’ met feiten onderbouwd en verdiept met de whitepaper ’Broodje (ge)zonder land’. Daarin wordt met feiten onderbouwd dat voor hetzelfde broodje gezond vandaag ruim 75% minder landbouwgrond nodig is dan in 1950. Zo willen we ook gaan onderbouwen dat we met de kassen in het Westland een ruimte ter grote van de Veluwe besparen. We willen onszelf constant ter discussie stellen. Energie is het volgende onderwerp en ook gewasbeschermingsmiddelengebruik en export werken we uit in zo’n whitepaper. We laten daar dan andersdenkenden op reageren omdat we de verbinding zoeken en in gesprek willen blijven, veelal met de profeten. Op ’Broodje (ge)zonder land’ gaf Urgenda een tegengeluid. Dat staat op onze website. Dat is dan meteen spoor drie: verbinding zoeken buiten, maar ook binnen de tuinbouwsector. 

’We zijn natuurbesparend bezig’

Verbinding zoeken binnen de sector, is er al draagvlak voor jullie verhaal?

„We zitten nu in de fase ’alles of niks’. We geven veel presentaties in de sector. We moeten eerst onze eigen bubbel – tuinbouwbreed, dus zowel de groente- als sierteelt – enthousiasmeren en overtuigen. We moeten naar een langetermijnfinanciering toe als we met ons verhaal groots naar buiten willen treden. Dat is namelijk spoor vier: zorgen voor het activeren van het debat naar buiten toe. Dan bedoel ik naar de media, de binnenlandse politiek en het liefst ook Brussel en het onderwijs. De initiatiefnemers van het manifest hebben vooral tijd besteed aan het aanjagen van het gedachtegoed. Federatie Vruchtgroente Organisatie (FVO) en Plant & Flowers Foundation Holland (red: voorheen BBH) hebben het ondersteund met geld en support. Zo kwam het manifestboekje er. Er zijn 4.000 Nederlandse exemplaren van in omloop en 1.000 Engelstalige. We willen een sneeuwbaleffect. Ons missionariswerk krijgt tractie, merken we. De energie is goed en de inhoud van het manifest is optimistisch. We moeten ondernemers in de sector, belangenorganisaties en brancheverenigingen meekrijgen, want uiteindelijk moet er geld komen vanuit de bedrijven in de sector. Glastuinbouw Nederland is betrokken bij ons verhaal en met BO Akkerbouw zijn we in gesprek.”

Hoe zorg je dat het geen ‘wij van wc-eend-verhaal’ wordt?

„Wij willen het waardeverhaal op tafel krijgen, niet het tuinbouwverhaal. Wij voeren de discussie vanuit een ander jasje. Wij gaan ook niet lobbyen. Wel willen we deuren openen om dit bredere verhaal te brengen. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden… Maar je hebt gelijk, uiteindelijk heeft ons verhaal een gezamenlijk belang, zonder de intentie om te greenwashen. Wij vertegenwoordigen geen sectoren, daar zijn er al genoeg van. Wij willen de denkwijze en de thema’s uit het manifest in het maatschappelijke debat brengen. De belangenorganisaties mogen er een sectorverhaal van maken.”  

Marco van der Sar

initiatiefnemer Eerste Duurzame Generatie

Marco van der Sar (43) is twintig jaar actief in de tuinbouw en komt uit ‘s Gravenzande. Tijdens zijn opleiding Rotterdam School of Management aan de Erasmus University liep hij stage bij Bloemenbureau Holland en FloraHolland. „Ik werd verliefd op de sector, de producten, de familiebedrijven en het internationale component.” Bij FloraHolland startte hij als projectmanager import en ging er ruim elf jaar later weg als manager business development. Hij ging naar Dümmen Orange. Hij was er 4,5 jaar verantwoordelijk voor marketing en communicatie. Sinds 2020 heeft hij zijn eigen bedrijf, Aislinc. Door zijn ervaring met governance, projectmanagement, internationale bedrijfsontwikkeling, strategie, fusies en overnames, marketing, corporate PR en digitale transformatie, helpt hij bedrijven en teams hun prestaties te verbeteren en commercieel succes te behalen. Van der Sar was voorzitter van Unicum Freesia’s, voorzitter van BBH en is daar nu toezichthouder. Hij is voorzitter van de raad van bestuur van MPS en Ecas. „Ik ga goed op het verhaal van ’De eerste duurzame generatie’. Het past bij hoe ik in het leven sta: optimistisch, vanuit verbinding en geloof in technologie.”

Gerelateerde content

Blijf op de hoogte
met wekelijkse updates!

Selecteer categorie(en):

Notitie

Registreren

Selecteer een de demo en krijg vijf dagen gratis toegang tot PlatformBloem.

Onbeperkt gebruik maken van PlatformBloem?
Bekijk de mogelijkheden.

Heeft u een abonnement op het Vakblad voor de Bloemisterij, Greenity of Floribusiness, maar geen account?
Neem contact met ons op.

Al een account?
Inloggen

Log hier in met uw account van het Vakblad voor de Bloemisterij, van Greenity of van Bloem&Blad.

Heeft u een abonnement op het Vakblad voor de Bloemisterij, Greenity of Floribusiness, maar geen account?
Neem contact met ons op.

Sluit venster
  • Feedback ontvangen wij graag!

Sluit venster