Planten gedijen op waterstof. Onderzoek naar toepassingen in de tuinbouw gebeurt tot nog toe vooral in China. Zij zien in diverse onderzoeken dat de waterstofmoleculen zich gedragen als een biostimulant, die de opname van voedingsstoffen stimuleert, de groei bevordert en de gevolgen van stress beperkt.
De meeste Chinese proeven met waterstof zijn tot nu toe uitgevoerd met komkommer en tomaat, vollegrondsgroenten en akkerbouwgewassen. Vaak gaat het om irrigatie of gewasbespuiting met water waaraan waterstofgas is toegevoegd, soms in de vorm van nanobelletjes. Andere veelgebruikte waterstofbronnen zijn ammoniaboraan en magnesiumhydride – twee vaste stoffen die met water reageren en dan waterstof afgeven.
Onderzoekers van de Shanghai Jiao Tong Universiteit ontdekten dat magnesiumhydride voor het siergewas Catharanthus roseus (roze maagdenpalm) een betere magnesiumbron is dan magnesiumsulfaat. Planten die magnesiumhydride kregen, werden groener, hoger en zwaarder. De Chinese onderzoekers schrijven de meerwaarde van magnesiumhydride vooral toe aan de meegeleverde waterstof, hoewel het geleidelijker beschikbaar komen van magnesium volgens hen ook gunstig is. Eerder meldden ze een positief effect van een magnesiumhydroxide zaadcoating op de kieming en groei van sojaboon. Vlinderbloemigen zoals soja brengen via de stikstofbindende bacteriën in hun wortelknolletjes zelf ook waterstofgas in de grond. Dat is gunstig voor het bodemleven en het volggewas.
