De afgelopen weken ontstond rumoer over een uitgelekt pakket voorstellen van de Europese Commissie om de regels voor gewasbeschermingsmiddelen te ’vereenvoudigen’. Milieuorganisaties stuurden een brandbrief naar Den Haag. Zij waarschuwen dat de Commissie het beschermingsniveau verlaagt. Wat staat er écht in de plannen? En wat betekenen ze voor telers? Tien vragen en tien antwoorden.
1. Wat stelt de Europese Commissie precies voor?
De Commissie werkt aan een groot Food and Feed Safety Simplification Omnibus package, dat eind 2025 wordt verwacht. Het doel is: minder administratieve lasten en snellere procedures voor fabrikanten en nationale toelatingsinstanties.
Eén voorstel springt eruit: het schrappen van de automatische periodieke herbeoordeling van actieve stoffen, behalve voor de groep met de zogeheten ’candidates for substitution’. Dit zijn de meest schadelijke of verdachte stoffen.
2. Waarom wil Brussel dat?
Volgens Brussel zijn de huidige toelatingsprocedures traag en zwaar, met grote achterstanden bij EFSA en nationale autoriteiten. Die bureaucratie is iets waar telers in de praktijk de gevolgen van ondervinden.
De Commissie noemt het voorstel een manier om innovatie te stimuleren, kleine bedrijven beter te helpen en bureaucratie te verminderen.
De EC benadrukt daarbij dat veiligheid niet wordt aangetast, maar geeft in het uitgelekte stuk geen waarborgen die dat moeten garanderen. Wellicht staan die wel in het definitieve voorstel.
3. Waarom reageren milieuorganisaties zo fel?
In een brandbrief aan de Nederlandse bewindspersonen spreken natuur- en gezondheidsorganisaties van een ’ingrijpende verzwakking van de bescherming van mens en milieu’. Het gaat om Parkinson Alliantie Nederland, Natuur & Milieu en de Parkinson Vereniging. Zij maken vooral bezwaar tegen vier punten:
1. Het verdwijnen van de periodieke herbeoordeling. Nieuwe risico’s die pas jaren later bekend worden, komen dan minder snel boven tafel.
2. Het schrappen van de verplichting om de nieuwste wetenschap te gebruiken bij nationale beoordelingen, terwijl het Europese Hof in april 2024 juist heeft bevestigd dat landen dit wel móéten meewegen.
3. Het verlengen van de gebruikstermijn van verboden stoffen van 18 naar 36 maanden. Volgens NGO’s blijft een bewezen schadelijk middel dan onnodig lang op de markt.
4. Uitzonderingen tot 5 jaar voor stoffen zonder redelijke alternatieven. Dat zou innovatie richting geïntegreerde gewasbescherming vertragen.
4. Hebben die zorgen een basis?
Ja, deels wel. De periodieke beoordeling is nu een veiligheidsmechanisme. In de afgelopen jaren zijn middelen als chloorpyrifos, mancozeb en thiacloprid verboden, juist dankzij nieuwe wetenschappelijke inzichten die pas bij herbeoordeling op tafel kwamen. Het is juridisch opvallend dat de Commissie de verplichting voor lidstaten wil schrappen om de laatste stand van de wetenschap te gebruiken, terwijl het Hof dit juist heeft bevestigd.
Bij intrekking langer doorgebruiken is objectief gezien een versoepeling. Een langere ’uitfaseringsperiode’ betekent immers dat een schadelijke stof langer in de praktijk aanwezig blijft. De Commissie brengt dit als administratieve vereenvoudiging, maar in de praktijk kan dit wel degelijk tot lagere bescherming leiden, zeggen drie toxicologen en ecologen die de brandbrief hebben ondertekend.
5. Wat betekent het voor telers?
Dat blijft nog onzeker, omdat het voorstel nog niet definitief is. Maar een paar effecten zijn voorstelbaar. Zo komt er mogelijk sneller toegang tot groene middelen. Dit kan positief uitpakken voor geïntegreerde teeltstrategieën.
De snellere wederzijdse erkenning betekent in theorie dat Nederlandse toelatingen sneller bruikbaar worden in andere landen, en omgekeerd.
Als periodieke herbeoordelingen vervallen, zijn middelen langer op de markt. Maar dit kan ook tot meer maatschappelijke weerstand leiden.
6. In welk stadium is het voorstel?
Eind 2025 komt de definitieve versie naar buiten. Daarna moeten de lidstaten en het Europees Parlement ermee instemmen. Nederland kan zich dus nog duidelijk positioneren.
7. Wat vinden wetenschappers?
De brandbrief is mede ondertekend door onder andere, Bas Bloem (neurologie, Radboud), Martina Vijver (ecotoxicologie, Leiden) en Geert de Snoo (milieubiologie, Leiden). Zij vinden de huidige risicobeoordeling al niet goed genoeg voor complexe effecten zoals neurotoxiciteit, cocktailwerking en PFAS-uitspoeling. Versoepeling past daar volgens hen niet bij.
8. Hoe kijkt de glastuinbouw hiernaar?
Veel telers ervaren dat nieuwe groene middelen slechts heel traag beschikbaar komen, terwijl chemische middelen regelmatig verdwijnen zonder direct toepasbare alternatieven. Een snellere beoordeling van groene middelen is dus positief, maar een vermindering van veiligheidschecks kan maatschappelijke weerstand vergroten.
9. Wat gebeurt er nu verder?
Nederland moet zich de komende maanden voorbereiden op de Brusselse onderhandelingen. De brandbrief vraagt de regering nadrukkelijk om het behoud van periodieke toetsing, het verplicht meenemen van nieuwe wetenschap, en een snelle uitfasering van schadelijke stoffen. Het wachten is nu op het definitieve voorstel én op de politieke discussie in Brussel.
10. Dus is het een vereenvoudiging of een versoepeling?
De Commissie presenteert het als vereenvoudiging, maar onderdelen van het voorstel kunnen een versoepeling van het toezicht op middelen betekenen. Tegelijk bevat het pakket ook maatregelen die juist goede en snelle toelating van groene middelen kunnen ondersteunen. Het politieke spel moet uitwijzen welk deel van het pakket overeind blijft.
