Met zijn 85 jaar heeft anemoonteler Bertus Kerkvliet in Roelofarendsveen de tijd voor de klimaatcomputer nog meegemaakt. Kerkvliet begon zijn bedrijf van in 1960. In de begintijd ging alles met de hand, vertelt hij (zie foto). „De ramen moest ik rij voor rij open draaien. Daar was ik wel een uur mee bezig. En als er een bui aankwam, dan was ik te laat. Van het ramen draaien kreeg je wel flinke spieren. Een tuinder hoefde niet naar de sportschool.”
In de jaren ’60 waren de winters veel kouder dan nu. „In 1962 was het -20°C bij een gure oostenwind. Schermdoeken hadden we toen nog niet. Hoewel ik verwarming had, vroor er veel kapot. De ketel bleef wel warm, maar hij kon de warmte niet door alle buizen drukken. In de hoeken van de kas bevroren de buizen en die scheurden dan.” In het begin stookte de teler op kolen, daarna op olie. Later kwamen er heteluchtkachels, die allemaal een eigen thermostaat hadden. Deze kachels gebruikt hij nog steeds.
In 1992 kocht Kerkvliet een tweedehands klimaatcomputer voor 2.000 gulden. „Daarmee was ik de derde teler in de straat die er een had. Die computer kon nog niet zo veel. Hij keek waar de wind vandaan kwam, en kon de ramen automatisch openen en sluiten.” De klimaatcomputer heeft het een paar jaar geleden begeven. Kerkvliet heeft geen nieuwe meer gekocht. „Ik heb nog maar 1.500 m2 kas. Op die nieuwe computers zitten veel functies die ik helemaal niet nodig heb. Als de zon schijnt, druk ik op een knop en klaar is kees.”
