LTO en KAVB reageren dat de uitspraak die de Raad van State vanochtend deed onuitvoerbaar is. ‘Want hoe onderbouwt een ondernemer dat ieder denkbaar, theoretisch risico uitgesloten kan worden?’ stellen de belangenorganisaties in een persbericht.
Het gevolg van die uitspraak is dat lelietelers voortaan een natuurvergunning nodig hebben en dat ongeacht de afstand tussen hun teelt en een natuurgebied. Een alternatief is dat telers via een zogenoemde ‘voortoets’ aantonen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geen negatieve gevolgen heeft op Natura2000-gebieden. Als die gevolgen vervolgens niet uitgesloten kunnen worden, moet een natuurvergunning aangevraagd worden voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Verlammingsprincipe
Deze uitspraak in een zaak van Milieudefensie tegen Provincie Drenthe geldt voor heel Nederland. LTO-voorzitter Ger Koopmans: “Deze uitspraak maakt van het ‘voorzorgsprincipe’ een verlammingsprincipe. Het is onuitvoerbaar. Natuurlijk is voorzichtigheid geboden bij natuurbescherming, maar op een gegeven moment moet je ook durven zeggen: deze handeling – met toegestane middelen en conform het gebruiksvoorschrift – heeft geen significant effect, het heeft geen zin om dit nóg 10 decimalen achter de komma extra te willen uitrekenen en onderzoeken.”
De Raad van State oordeelt volgens LTO en KAVB dat de algemene beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen door het onafhankelijke Ctgb niet voldoende is om ervan uit te kunnen gaan dat er geen significante effecten op de natuur zijn. ‘Daarmee plaatst de afdeling zich op de stoel van een autoriteit die als wettelijke taak heeft om onafhankelijk en op basis van wetenschappelijke inzichten te toetsen of middelen veilig zijn voor het milieu’, reageren de twee in een persbericht.
Maij: ‘Zeer zorgelijk’
“De uitspraak tendeert naar de conclusie dat wetenschappelijke consensus, waarop de Europese EFSA en het Nederlandse Ctgb zich baseert, ook maar een mening is. Dat is zeer zorgelijk. Het Ctgb bepaalt met gedetailleerde scenario’s wat de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op het milieu en het water zijn, net zoals ze dat bekijken voor mensen en dieren. Een toegelaten middel dat volgens voorschrift wordt gebruikt, is aantoonbaar veilig – die lijn zou niet bij het grofvuil gezet moeten worden” aldus KAVB-voorzitter Hester Maij.
Vergaande gevolgen voor alle bedrijvigheid in Nederland
De uitspraak heeft potentieel vergaande gevolgen voor alle economische activiteiten in Nederland, stellen de twee belangenorganisaties. ‘Het gaat dan om de vraag of de dagelijkse praktijk, die vaak al decennia op een bepaalde plek plaatsvindt, maar natuurlijk ook aan verandering onderhevig is, vergunningplichtig is en vergaande onderzoeken en rapportage vereist zodra een partij de rechter vraagt om ieder theoretisch risico op de omgeving uit te sluiten. Dat raakt niet alleen telers, maar alle bedrijvigheid in Nederland.’
‘Voorzorgsprincipe moet veranderen’
LTO en KAVB overleggen met de provincies, het ministerie van LVVN en het Ctgb over de impact van deze zaak en de oplossingsrichtingen. “De juridische omgang met het zogenaamde ‘voorzorgsprincipe’ moet veranderen. Met de huidige interpretatie daarvan komen we in een samenleving terecht waarin ieder denkbaar risico economische sectoren lam kan leggen. De doorwerking daarvan op onze economie kan desastreus worden”, waarschuwt Koopmans.
Reactie provincie Drenthe
De provincie Drenthe geeft desgevraagd aan dat ze niet tot handhaving over gaat. Verder geeft ze aan de uitspraak nog goed te bestuderen. „Het college van GS moet er nog met elkaar over spreken. Dan zal blijken wat de uitspraak precies inhoudt en welke stappen de provincie kan zetten.”
De woordvoerder van de provincie geeft wel aan dat uit de uitspraak blijkt dat er meer onderzoek nodig is naar de mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen op de natuur in Natura 2000-gebieden. „Dat is namelijk niet helder. De provincie wil zich gaan inzetten dat dit onderzoek landelijk georganiseerd kan en gaat worden. Dit gaat namelijk niet alleen de provincie Drenthe aan. De vraag is dan hoe dit dan moet en wie daar verantwoordelijk voor is. Het college gaat het er over hebben wie dat dan moet doen.”
Reactie LVVN
Een woordvoerder van LVVN laat weten dat de uitspraak van de Raad van State aangeeft dat gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij lelieteelt op N2000 gebieden niet is uitgesloten. Ondernemers moeten volgens de uitspraak ofwel een natuurvergunning hebben, of zij moeten via een zogenoemde ‘voortoets’ kunnen aantonen dat de gewasbeschermingsmiddelen geen negatieve gevolgen hebben op Natura2000-gebieden. ‘Dit betekent waarschijnlijk een extra last voor ondernemers en provincies. We gaan de uitspraak en de precieze gevolgen eerst nader bestuderen en in kaart brengen. Dit doen we in nauwe samenwerking met de provincies en sectorpartijen.’
