Tulp is een groot gewas. Veruit het grootste areaal bollenteelt in Nederland bestaat uit deze bloem. In veilingstatieken, op bestellijsten van handelaren en in winkelschappen prijkt tulp eveneens in de bovenste regionen. Heb je het over Nederland, dan heb je al snel over tulpen. Bollentelers en broeiers doen er veel aan om het positieve imago van de tulp in stand te houden. De teelt moet duurzamer. Daar werken ze aan. Criticasters houden hen scherp.
Het kan verkeren. Vrijdag 16 januari stond een oranje tulp volop in de schijnwerpers bij de opening van de grote internationale agrarische vakbeurs Grüne Woche in Berlijn. De Duitse landbouwminister Alois Rainer en zijn Nederlandse collega Femke Wiersma doopten de tulp want het was reden voor een feestje. De beurs viert zijn 100e editie en Nederland was 75 jaar geleden het eerste land dat aansloot met een deelname.
Zaterdag 17 januari wederom een event rond tulp: deNationale Tulpendag op het Museumplein werd gevierd met een pluktuin vol tulpen. Toch fungeerde de tulp diezelfde dag in Amsterdam ook als kop-van-jut: Partij voor de Dieren en de beweging ’Grootouders voor het klimaat’ demonstreerden naast de pluktuin. Het evenement is volgens hen in werkelijkheid een promotie van de vervuilende sierteeltindustrie. Iedereen moet weten dat de Nederlandse bollenteelt nog veel gebruikmaakt van pesticiden, die worden gelinkt aan ernstige ziekten en grote schade veroorzaken aan de biodiversiteit en het milieu (zie ook kader op pagina 26).
