Vorige

Tuinbranche onderkent conclusies onderzoek PAN-NL niet

Beeld
Ron Barendse

’Insectenvriendelijke planten blijken gifcocktails’ kopte PAN-NL 25 april naar aanleiding van nieuw onderzoek naar residu in tuinplanten dit voorjaar. Tuinbranche Nederland weerlegt: uit het onderzoek blijkt dat kwekers zich gewoon aan de Nederlandse regelgeving hebben gehouden en alleen met toegestane middelen werken.

PAN-NL publiceerde eind april zijn bevindingen naar aanleiding van onderzoek dat het begin dit jaar uitvoerde. In een steekproef werden op 1 april 17 gangbare planten gekocht bij Welkoop, Praxis en Intratuin die werden getest op aanwezigheid van residu. Op de 17 planten werden 32 verschillende pesticiden of afbraakstoffen van pesticiden gevonden. Op alle 17 planten was volgens de organisatie een cocktail aanwezig en gemiddeld zou er per plant 7,3 verschillende middelen zijn aangetroffen.

Aansluitend somt PAN-NL op dat er op 82% van de planten een of meerdere insecticiden zijn gebruikt; dat op 82% van de planten PFAS-middelen zijn gebruikt; en dat op 82% van de planten Kandidaten voor Vervanging zijn gebruikt. Dertien van de 32 stoffen zouden bovendien geclassificeerd zijn als zeer gevaarlijk.

Zorgwekkende resultaten noemt PAN-NL het. ’De aanwezigheid van giftige insecticiden zoals flupyradifurone, flonicamid en cyantraniliprole is bijzonder zorgwekkend. Deze middelen zijn voor een deel zo toxisch dat ze volgens gebruiksvoorschriften niet overdag op bloeiende planten mogen worden toegepast vanwege het gevaar voor bestuivers zoals bijen en hommels, of het middel mag niet op bloeiende planten gespoten worden, ook bloeiend onkruid moet eerst verwijderd worden. Toch werden deze stoffen aangetroffen in planten die juist bedoeld zijn om insecten aan te trekken. De gemeten concentraties kunnen bij contact dodelijk zijn voor nuttige insecten.’ Zij concluderen daarom dat er ondanks toezeggingen over verduurzaming geen stappen worden gezet door kwekers en retail.

Wetgeving

Tuinbranche Nederland weerlegt de conclusies die PAN-NL trekt naar aanleiding van zijn bevindingen. „Een aantal van de getrokken conclusies roept bij ons vraagtekens op, mede vanwege de onderbouwing die erbij wordt gegeven”, laat Megan James namens Tuinbranche Nederland weten. Daarnaast benadrukt ze dat uit het onderzoek blijkt dat de kwekers zich aan de geldende regelgeving houden, dat er uitsluitend middelen zijn gebruikt die zijn toegelaten. „Dat betekent dat de aangetroffen stoffen door overheidsinstanties, Europees door EFSA en nationaal door het Ctgb, beoordeeld zijn als veilig voor mens, dier en milieu. Ook de schadelijkheid van stoffen voor bestuivende insecten wordt in deze beoordeling meegenomen.”

Overigens betekent dit niet dat de brancheorganisatie de zorgen om het gebruik van middelen niet serieus neemt. Sterker nog, ze benadrukt dat de sector continu werkt aan verbeteringen via geïntegreerde gewasbescherming, strengere certificering, residumonitoring en inzet van selectievere middelen, en biologische en groene alternatieven.

Lastige discussie

Maar juist in die zoektocht naar duurzamer werken, het inzetten van natuurlijke vijanden en alleen indien nodig te spuiten en daarbij te kiezen voor selectieve middelen, worden keuzes gemaakt waarvan nu wordt gezegd dat ze juist niet duurzaam zijn, zoals de inzet van een middel als Teppeki. Dit selectieve middel, dat juist wordt ingezet om natuurlijke vijanden te sparen, blijkt wel PFAS-houdend te zijn. Op 53% van de planten werd dit middel teruggevonden. PFAS, zegt PAN-NL, en drukt dit met vette letters in zijn rapport om te benadrukken hoe slecht de sector bezig is.

En ook het tijdstip van het onderzoek geeft mogelijk een ander beeld, dan wanneer er later in het seizoen een steekproef zou zijn gedaan. Immers, juist bij de start van het groeiseizoen zijn plagen eerder actief dan de natuurlijke vijanden, waardoor kwekers zich genoodzaakt zien om chemisch in te grijpen voor de tuinplanten de handel in gaan.

De jaarlijkse onafhankelijke residumeting die Tuinbranche Nederland laat uitvoeren, laat dan ook een andere trend zien, dan die waar PAN-NL nu aan refereert. „Deze onderzoeken laten namelijk zien dat er stappen vooruit worden gezet, maar tonen ook waar verdere verbetering nodig is”, aldus James. 

Oftewel, de gezamenlijke ambitie om in 2030 70% chemievrij geteelde planten aan te bieden, blijft staan en wordt nog steeds haalbaar geacht. 

Gerelateerde content

Blijf op de hoogte
met wekelijkse updates!

Selecteer categorie(en):

Notitie

Registreren

Selecteer een de demo en krijg vijf dagen gratis toegang tot PlatformBloem.

Onbeperkt gebruik maken van PlatformBloem?
Bekijk de mogelijkheden.

Heeft u een abonnement op het Vakblad voor de Bloemisterij, Greenity of Floribusiness, maar geen account?
Neem contact met ons op.

Al een account?
Inloggen

Log hier in met uw account van het Vakblad voor de Bloemisterij, van Greenity of van Bloem&Blad.

Heeft u een abonnement op het Vakblad voor de Bloemisterij, Greenity of Floribusiness, maar geen account?
Neem contact met ons op.

Sluit venster
  • Feedback ontvangen wij graag!

Sluit venster