Gesprekken over Tomatenbronsvlekkenvirus (TomatoSpottedWiltVirus, ofwel TSWV) laaiden dit voorjaar op toen het sortiment najaarschrysanten flink besmet bleek te zijn. De oogst van die ‘normaalcultuur’ is begonnen. Het gemis van cultivars rakelen de gesprekken over het virus weer op. Komen de soorten ooit terug? Kunnen we iets doen tegen het virus? Zit het in meer siergewassen?
Vakgenoten zijn voorzichtig als ze gevraagd worden naar actuele besmettingen met Tomatenbronsvlekkenvirus (TSWV). Het zit bijvoorbeeld in zomerbloemen waarvan er maar enkele telers zijn in Nederland. Noem het gewas en je kan vrij eenvoudig nagaan waar de besmetting zit. Die info hoeft niet in de krant. Kort samengevat: het virus zit in diverse siergewassen, bloemen en planten, verdeeld over heel Nederland. Door besmetting vanuit een zaadteelt van een groentegewas restte een teler niets anders dan versnipperen van zijn bloemen en daarna goed stomen. Ook vogelmuur wordt genoemd als bron van besmetting. Het is een waardplant van het virus en trips, de ’transporteur’ van het euvel, gedijt eveneens prima op vogelmuur. Maar ook besmet uitgangsmateriaal komt voor. Tenminste, als een cultivar bij drie telers in jong gewas opeens symptomen van het virus vertoont, wat recent gebeurde, dan lijkt stek de logische bron.
