Veel plagen zijn tegenwoordig goed biologisch te bestrijden. Een uitzondering is trips, die in veel gewassen kopzorgen geeft. Nu de chemische gewasbescherming onder druk staat, moet er snel een alternatieve bestrijdingsmethode komen. In elk gewas zijn de omstandigheden anders en elke tripssoort heeft een andere aanpak nodig. Er is niet één aanpak die het hele probleem oplost; het zal altijd een combinatie van maatregelen zijn. Alle beetjes helpen.
Trips behoren tot de hardnekkigste plagen in de sierteelt, met hun kleine lijfje, hun verscholen levenswijze en korte generatiecyclus. Anders dan luizen prikken ze niet in de vaten van de plant, maar schrapen ze de cellen open. Toch is het maar een handvol van de 6.000 soorten die wereldwijd bekend zijn die problemen veroorzaken. Sommigen veroorzaken directe schade aan het gewas; anderen dragen virussen over. Elk jaar worden weer nieuwe soorten beschreven, vooral in tropische gebieden.
In Nederland zijn de Californische trips en de echinotrips het grootste probleem. De Californische trips is in de jaren tachtig voor het eerst aangetroffen in de Nederlandse kassen; de echinotrips volgde een jaar of tien later. Via de internationale plantenhandel zijn ze verspreid over de hele EU en zo ook in Afrika terechtgekomen.
