In de sierteeltsector is er het bewustzijn dat een breed en diep sortiment onontbeerlijk is voor de draaischijf-functie van Nederland in de bloemen- en plantenhandel. „Bij eenheidsworst zijn we niet gebaat; verscheidenheid en specialisme moeten blijven”, klinkt het in een paneldiscussie over de kansen en uitdagingen voor de sector tijdens Trade Fair Aalsmeer. Aan de andere kant blijkt ook dat de zelfbenoemde koplopers ongeduldig zijn. „We moeten stinkend ons best doen voor mensen die hun basis niet op orde hebben, maar we kunnen niet blijven wachten.” Of hebben ze geen andere keus dan te wachten?
Nederland staat er als bloemen- en plantenland nog altijd goed voor. Dat bewijzen de cijfers die Royal FloraHolland ceo a.i. David van Mechelen oplepelt in een paneldiscussie die hij met Marcel Zandvliet (CMO/ CSO van Dutch Flower Group) professor Annemieke Roobeek en kweker Frank Ammerlaan (Rosa Plaza) tijdens Trade Fair voert. 9% van de totale Nederlandse landbouwexportwaarde zijn bloemen en planten. Er werken 65.000 mensen in de productie en distributie van sierteeltproducten. En 80% van de bloembollen die wereldwijd worden verhandeld komen uit Nederland. 43% van de bloemen die Keniaanse kwekers produceren, exporteren ze naar Nederland. Uit Ethiopië is dat zelfs 64%.
De cijfers zijn imposant. Temeer omdat Nederland niet alleen qua productie en handelsland sterk staat. Toeleveringsbedrijven, actief in onder andere veredeling, kassenbouw, techniek en meststoffen spelen wereldwijd een grote rol in innovatie in de sierteelt. De positie van dat sterke Nederland staat ook onder druk. De afgelopen jaren nam het aandeel van de bloemen en planten die in Nederland geproduceerd worden in de Nederlandse exportstromen af van 50 naar 48%, rekent Van Mechelen voor. Bloemen en planten worden steeds meer buiten Nederland geproduceerd en handelsbedrijven en kwekers weten elkaar steeds vaker direct te vinden. Bovendien is er maatschappelijke druk op de sierteelt omdat er in Nederland veel arbeidsmigranten actief zijn en kwekers gewasbeschermingsmiddelen en fossiele energie gebruiken.
Sterke eigen productie
Een sterke eigen productie is onontbeerlijk voor de positie van Nederland als draaischijf van de bloemen- en plantenhandel en als koploper in de export van sierteeltkennis, vinden de panelleden. Zo merkt Ammerlaan op dat op het moment dat de bloemen -en plantenteelt uit Nederland verdwijnt, WUR, handelspartijen, veredelaars en andere toeleveranciers ook verdwijnen.
De vraag is hoe Nederlandse sierteelt zijn positie kan behouden. Verscheidenheid van grote en kleine kwekers, en van massaproducten en bijzondere variëteiten van bloemen en planten zijn noodzakelijk. Zonder niche producten redt de Nederlandse sierteelt het niet. „Bij eenheidsworst zijn we niet gebaat, er moet verscheidenheid en specialisme blijven. Als een bloemist nog maar zes verschillende soorten bloemen kan aanbieden is het klaar met het vak”, stelt Zandvliet.
Samenwerking is ook essentieel voor de sector. Niet alleen tussen bedrijven binnen de sector maar ook met bedrijven van buiten de sector. Want volgens Roobeek gaat vernieuwing sneller als partijen van buiten meedoen. Zij pleit voor een ecosysteem waarbij op belangrijke thema’s met partijen van buiten de sector wordt samengewerkt.
‘Kleintjes koesteren’
Volgens Zandvliet is het collectief in de sector de afgelopen jaren een beetje kwijt geraakt. „Het is nu wel het momentum dat we elkaar hard nodig hebben om het vak toekomstbestendig te maken en te zorgen dat we collectief opereren. Zonder elkaar komen we er niet.” Roobeek, Van Mechelen, Zandvliet en Ammerlaan zijn het op dat punt met elkaar eens. Roobeek heeft het over ‘beyond competition’, met andere woorden: de concurrentie voorbij. „We moeten blij zijn met de grote partijen en de kleintjes koesteren. Zij kunnen soms bijzondere gewassen voortbrengen.”

Het is echter niet makkelijk om de boel bijeen te houden. Dat ervaart Van Mechelen. Hij typeert de diversiteit van het ledenbestand van RFH als ingewikkeld. Er zijn grote en kleine kwekers, Nederlandse en buitenlandse kwekers. En de diversiteit zit ook in innovatie en duurzaamheid. Grote professionele kwekers vinden dat de veiling zich niet moet laten afremmen door kleinere kwekers, maar ze vragen RFH tegelijkertijd hen aan boord te houden. Het is een bijna onmogelijke opgave, vindt Van Mechelen. Hij kan het zich goed voorstellen dat het voor een klein bedrijf gerund door een echtpaar – zonder personeel – innovatie ingewikkeld is en het lastig is om alle eisen op gebied van duurzaamheid en transparantie bij te houden.
Zandvliet refereert aan zijn grootvader en ooms die ooit kwekers waren. Zij stopten in de jaren tachtig vanwege regelgeving en kosten. Het is volgens hem iets van alle tijden. „Maar we moeten een ding blijven doen en dat is proberen oplossingen te vinden voor de niche spelers.”
Pot collectief geld
Kwekers zitten klem, vindt Roobeek. „Iedereen wil alles kwijt aan een kweker, maar die moet ook alles betalen.” Ze vindt het vreemd dat kwekers niet gebruik maken van een pot collectief geld van het ministerie van LVVN. Het geld lag volgens haar klaar, maar kwekers lieten het liggen.
Om het beestje bij de naam te noemen: het onderwerp waar een grote groep telers tegen aan loopt is de verplichting van FSI-certificering door Royal FloraHolland. Het is een onderwerp waar men bij RFH al vijf jaar rollebollend over discussieert, verwoordt Van Mechelen. Certificering moet transparantie bieden en de wereld laten zien dat kweker aan bepaalde standaarden voldoen. Of zoals van Mechelen bout stelt: „Transparantie moet, anders gaat iedereen het moeras in.”
Kwekers benutten wellicht niet het potje met geld van het ministerie van LVVN, maar Van Mechelen wijst erop dat de veiling de eisen voor certificering afzwakte door met een vereenvoudigde regeling voor kleine kwekers te komen. 350 kwekers deden een aanvraag voor dit speciale schema. Van Mechelen noemt het schema robuust en reëel en haalbaar voor kleine kwekers. „Als een kleine kweker nu nog steeds zegt dat dit voor hem Champions League is, wordt het wel heel ingewikkeld voor iedereen. Het collectief is ook dat niet een groep kwekers de hele populatie omlaag trekt.”
Zandvliet deelt de zorg van Van Mechelen dat sommige kwekers ‘te laat ontwaken’ en dat die de realiteit van morgen misschien te laat zien. „Als een kweker zijn basis nog niet op orde heeft dan wordt het lastig. We willen onze stinkende best voor hen blijven doen, maar we kunnen niet blijven wachten.”
Kunnen RFH en handelaren blijven wachten?
Niet kunnen blijven wachten op bedrijven die zich (nog niet hebben) laten certificeren. Het is misschien makkelijker gezegd dan gedaan. Misschien zullen veilingen en handel wel moeten blijven wachten. Tijdens de paneldiscussie werd het immers ook duidelijk dat de veiling niet gebaat is bij een schraal aanbod en dat handelsbedrijven hun klanten niet alleen eenheidsworst kunnen aanbieden.
Bedrijven als FM Group en Dutch Flower Group zullen bovendien moeite hebben om alleen nog FSI gecertificeerde bloemen en planten in te kopen. Dit komt niet alleen door weerstand van leden van de veilingen. Bloemen en planten die ze lokaal inkopen zullen ook niet allemaal gecertificeerd zijn, bleek na afloop van de paneldiscussie. Denk aan anemonen en ranonkels in Noord-Italië en zomerbloemen in Zuid-Frankrijk. FM Group gaf laatst op een MPS-bijeenkomst al aan dat kwekers veel meer tijd nodig hebben.
Uitstel handhaving
Dat RFH toch weer moet wachten blijkt deze week. RFH voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de verplichting van certificeren. Ze stelt handhaving op de verplichte certificering een kwartaal uit. De redenen zijn dat er 350 aanvragen zijn voor het kleine-kwekers-schema en dat er een groot deel van de omzet nog niet FSI-gecertificeerd is. 76% van de omzet van RFH is FSI-gecertificeerd. Bij Plantion gaat het ongeveer om een zelfde percentage van de omzet. Ook bij Plantion lopen kwekers te hoop tegen verplichte certificering. RFH wil niet zeggen hoeveel kwekers niet gecertificeerd zijn.
De weerstand tegen verplicht certificeren gaat overigens niet alleen over niet kunnen, complexiteit of kosten. Een deel van de kwekers is niet overtuigd van het nut van certificering. Een bedrijf dat gecertificeerd is doet het niet per definitie beter dan een bedrijf dat niet gecertificeerd is. Anderen hebben niets tegen certificering, maar vinden verplichting door de veilingen te ver gaan. Ze willen dat zij dat aan de markt overlaten. Zo’n 850 kwekers ondertekenden een petitie tegen de verplichting door de veilingen. Daar zitten volgens de initiatiefnemers ook grote bedrijven tussen.
