Regenwormen hebben een belangrijke rol bij het vruchtbaar maken van de bodem. De diertjes eten dood blad en afgestorven plantenwortels, en zetten die om in stoffen die planten kunnen opnemen. Doordat ze zich ook door taaie kleilagen heen eten en een spoor van kruimige aarde achterlaten, komen water en zuurstof in de bodem. In moeilijk doordringbare grond vinden planten houvast in de gangen die zij graven.
Onderzoeker Elaine van Ommen Kloeke schreef in 2023 haar proefschrift over de invloed van regenwormen op de kwaliteit van de bodem. „Wormen zijn de ingenieurs en bouwvakkers die het ecosysteem in de bodem vormgeven”, zegt de wetenschapper die verbonden is aan Naturalis in Leiden, het onderzoeksinstituut op het gebied van biodiversiteit. „De bodem is niet een bak zand of klei, maar een compleet levend ecosysteem.”
Nederland kent een kleine dertig soorten regenwormen van het geslacht Lumbricus, die allemaal bijdragen aan het gezond houden van de bodem. De grote soorten regen- of dauwwormen bereiken lengten van wel 20 cm; de kleinste wormen – aaltjes – minder dan 0,1 mm. Doordat de grote zich letterlijk door de bodem heen eten, gangen van bijna een centimeter doorsnede graven en de bodem korreliger achterlaten, kunnen water en zuurstof in de bodem doordringen. De gangen bieden aan plantenwortels en allerhande schimmels de kanalen om de bodem in te groeien.
