Nergens is de kennis over teelt en techniek in glastuinbouw zo ver gevorderd als bij ons. Die naam en faam, wordt wereldwijd erkend. Maar tegelijkertijd staat de sector in eigen land onder druk. Wil de Nederlandse glastuinbouw wereldleider blijven, dan moet de basis op orde, waarschuwt de Leidse hoogleraar Peter van Bodegom.
Wanneer is het punt bereikt dat de primaire productie in Nederland te klein is om dat internationaal geroemde tuinbouwcluster van kennis en innovatie levensvatbaar te houden? Peter van Bodegom, hoogleraar milieubiologie, besprak het eind 2025 tijdens twee gastcolleges in het World Horti Center in Naaldwijk. Hij legde zijn publiek van tuinbouwstudenten en -professionals de vraag voor: „Zijn wij echt zo belangrijk?”
Eerst het goede nieuws. Al sinds 2014 zijn de gemiddelde inkomens in de Nederlandse glastuinbouw dik in orde. En al decennia zijn de producties per vierkante meter in Nederlandse kassen ongeëvenaard. Alleen Canada speelt mee in dezelfde categorie – met Nederlandse techniek en vaak ook gerund door ondernemers met Nederlandse roots. „Maar het areaal aan kassen in Nederland is al heel lang ongeveer even groot”, ziet Van Bodegom. „Kijkend naar het vlaggenschip van de Nederlandse glasgroenteteelt, de tomaat: Nederland als productieland verloor in Europa de derde plek aan Polen, achter Spanje en Italië. En echt spectaculaire groei is vooral te zien in Marokko.”
