Vorige

Oplossing voor middelen in Natura2000-gebieden is er nog lang niet

Beeld
Ellis Langen

CLM organiseerde op 31 maart een kennisbijeenkomst over gewasbescherming en gebiedsbescherming. Duidelijk is dat bestrijdingsmiddelen doordringen tot Natura2000-gebieden, maar hoe je dat oplost door natuur en agrarische sector te sparen vraagt meer onderzoek.

Juristen, beleidsmedewerkers van natuur, landbouw en water, handhavers en toezichthouders uit tien verschillende provincies, omgevingsdiensten, IPO en BIJ12 kwamen samen in Culemborg. Zij wisselden ervaringen en kennis uit over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen rondom Natura2000-gebieden. Provincies zijn verantwoordelijk voor de bescherming van deze gebieden, maar juridisch en wetenschappelijk is dat complex.

Lat oog na uitspraak Holtingerveld

Een belangrijke aanleiding voor de bijeenkomst was de uitspraak van de Raad van State over de zaak rond lelieteelt bij het Natura2000-gebied Holtingerveld in Drenthe. Milieudefensie vroeg de provincie Drenthe in 2018 om handhavend op te treden tegen een lelieteler die gewasbeschermingsmiddelen gebruikte op percelen vlak bij het natuurgebied. Volgens hen kon niet worden uitgesloten dat die in het natuurgebied terechtkomen en daar schade veroorzaken. Daarom zou voor de teelt een natuurvergunning nodig zijn. De provincie wees het verzoek af. Zij stelde dat toegelaten gewasbeschermingsmiddelen al via het nationale toelatingssysteem worden beoordeeld op milieueffecten.

Na een lang juridisch getouwtrek oordeelde de Raad van State op 2 april 2025 dat dit onvoldoende zekerheid biedt. Als niet kan worden uitgesloten dat gewasbeschermingsmiddelen een Natura 2000-gebied bereiken en daar effect hebben op beschermde natuur, moet eerst worden onderzocht of een natuurvergunning nodig is.

Verkennend onderzoek WUR

Daarop gaf het ministerie van LVVN opdracht aan Wageningen University & Research (WUR) om een verkennend onderzoek te doen naar de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in Natura2000-gebieden rond agrarisch land. De resultaten van dit onderzoek werden op 19 februari van dit jaar gepubliceerd. Het onderzoek is gebaseerd op meetgegevens uit 12 Natura2000-gebieden en bevatte 13 bodemmonsters en 63 plantenmonsters. In de monsters werden 84 werkzame stoffen en metabolieten aangetroffen. Hoewel de concentraties in de bodem onder de ecologische drempelwaarden lagen, werden in de plantenmonsters bij 9 stoffen overschrijdingen waargenomen. Bij mengsels van verschillende middelenn bleek dat in ongeveer 22% van de monsters de concentraties mogelijk boven een voorlopige risicodrempel lagen. LTO gaf na het onderzoek aan dat het onderzoek geen aanleiding geeft om beperkingen op te leggen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de nabijheid van Natura 2000- gebieden. Wel geeft ze aan dat er meer vervolgonderzoek nodig is om betere conclusies te kunnen trekken.

Beperkte kennis

Het rapport toont aan dat residuen van gewasbeschermingsmiddelen zich in natuurgebieden bevinden, maar het kan niet aangeven welke bedrijven verantwoordelijk zijn voor de verspreiding. De herkomst van bestrijdingsmiddelen is niet eenduidig aan individuele bedrijven toe te schrijven. Voormalig minister Wiersma merkte in haar begeleidende brief aan de Kamer op dat de beschikbare meetgegevens beperkt zijn en dat de monsters afkomstig zijn van NGO-onderzoeken, waardoor ze niet representatief zijn voor alle Natura2000-gebieden. Dit benadrukt de noodzaak voor meer onderzoek naar de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen in natuurgebieden.

Twijfels over afstand

Een belangrijke juridische vraag die nog onbeantwoord blijft, is de afstand tussen landbouwpercelen en Natura2000-gebieden waarbinnen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen significante effecten kan hebben. De provincie Drenthe heeft inmiddels beleidsregels voor handhaving aangenomen. Andere provincies zoeken nog naar duidelijke handvatten en wetenschappelijke onderbouwing voor hun keuzes. Er is dringend behoefte aan verder onderzoek om de juiste afstandsgrenzen en risicobeoordelingen te bepalen.

Kennishiaten en kennisuitwisseling

De materie is erg complex. Ondanks de beperkte kennisbasis moeten provincies wel gaan handelen. De kennisuitwisseling bracht verschillende oplossingen in beeld, van strengere regels voor gewasbescherming in nabijheid van Natura2000-gebieden tot het verhogen van de verplichte driftreductie van pesticiden. Het is duidelijk dat er meer gezamenlijke inspanningen nodig zijn om zowel de natuur te beschermen als voldoende ruimte geven aan de agrarische sector. Een kant-en-klare oplossing is nog niet in zicht.

Gerelateerde content

Blijf op de hoogte
met wekelijkse updates!

Selecteer categorie(en):

Notitie

Registreren

Selecteer een de demo en krijg vijf dagen gratis toegang tot PlatformBloem.

Onbeperkt gebruik maken van PlatformBloem?
Bekijk de mogelijkheden.

Heeft u een abonnement op het Vakblad voor de Bloemisterij, Greenity of Floribusiness, maar geen account?
Neem contact met ons op.

Al een account?
Inloggen

Log hier in met uw account van het Vakblad voor de Bloemisterij, van Greenity of van Bloem&Blad.

Heeft u een abonnement op het Vakblad voor de Bloemisterij, Greenity of Floribusiness, maar geen account?
Neem contact met ons op.

Sluit venster
  • Feedback ontvangen wij graag!

Sluit venster