De oorlog in het Midden-Oosten begint ook de Nederlandse substraatsector te raken. Volgens Vereniging van Potgrond- en Substraatfabrikanten Nederland (VPN) lopen de kosten voor zee- en wegtransport snel op. Ook producten waarvoor veel olie en energie nodig zijn, zoals meststoffen en folies, worden duurder. De branchevereniging vraagt de overheid om maatregelen die verdere stijging van brandstofprijzen moeten beperken.
Aanleiding is de onrust die ontstond na de inval in Iran op 28 februari. Volgens de VPN stijgen de prijzen van aardolie, diesel en gas in hoog tempo. Tegelijk kiezen sommige rederijen er uit voorzorg voor om bepaalde routes te mijden, met name door de smalle Straat van Hormuz. Dat drijft de logistieke kosten verder op. Voor de substraatsector is dat een groot probleem, omdat energie en logistiek samen in sommige gevallen meer dan de helft van de kostprijs uitmaken.
Prijsstijgingen doorberekend
De gevolgen raken zowel de aanvoer van bulkgrondstoffen als het transport van verpakte en losse substraten naar afnemers. Vervoerders hebben volgens de branchevereniging meestal weinig ruimte om extra kosten zelf op te vangen. Daardoor worden prijsstijgingen waarschijnlijk doorberekend in de keten.
De VPN waarschuwt bovendien dat verstoringen in de zeevaart vaak nog lang merkbaar blijven, ook als een conflict afneemt. Voor zeevracht worden nu al forse toeslagen gerekend. De vereniging verwacht dat die effecten kunnen na-ijlen, zelfs als de oorlog op korte termijn zou eindigen.
De timing is volgens de branche extra ongunstig. Juist in de eerste zes maanden van het jaar wordt het grootste deel van de potgronden en substraten afgezet. Tegelijk staat de beschikbaarheid van grondstoffen dit jaar al onder druk. Dat vergroot de kwetsbaarheid van de sector.
De VPN roept telers op om tijdig in gesprek te gaan met hun leverancier, en vraagt begrip voor de situatie.
