Chemische gewasbescherming staat onder druk. De rechtspraak rond de lelieteelt laat zien dat het niet altijd meer vanzelfsprekend is om met de spuit over het perceel te gaan. In de boomkwekerij en de akkerbouw wordt al veel gewerkt met mechanische onkruidbestrijding. Dat is goed te doen vanwege de robuustheid en de grootschaligheid van het gewas. Ook in de buitenbloemen is veel mogelijk, zeker met de technieken die er aan komen.
Eigenlijk zijn er nog best wel wat herbiciden beschikbaar voor de buitenbloemen. Er zijn de laatste jaren zelfs nog enkele middelen bijgekomen. Maar er zijn ook teelten die het zonder moeten doen, simpelweg omdat het gewas daar te gevoelig voor is. En iedereen die het nieuws volgt, beseft wel dat chemische middelen niet de tijdgeest mee hebben.
De meeste telers van buitenbloemen werken met een combinatie van herbiciden en mechanische onkruidbestrijding. Mechanisch betekent meestal dat ze met een machine tussen de rijen schoffelen en wieden, en het onkruid tussen de planten handmatig verwijderen. Mechanische onkruidbestrijding gaat best goed met droog weer, maar als het regent is het meer een kwestie van verplaatsen dan van doden. Bovendien versnelt regen de groei. Handmatig schoffelen tussen de planten is nogal arbeidsintensief, als er al iemand voor te vinden is. „En als telers weinig tijd hebben, zoals in het oogstseizoen, dan kiezen ze liever voor het gemak. Chemie is meestal ook goedkoper dan schoffelen”, ziet adviseur René van Gastel, adviseur van Groeibalans.
