De Nationale ombudsman Reinier van Zutphen onderzoekt of de overheid de afgelopen tien jaar betrouwbaar heeft gehandeld richting boeren. Boeren kregen te maken met veel en vaak wisselende regels. Dat zorgt volgens Van Zutphen voor onzekerheid, frustratie en stress bij boerengezinnen.
Hij bezocht boeren in Twente, Zeeland, Noord-Brabant en Drenthe. Overal hoorde hij hetzelfde: “Er is gewoonweg geen perspectief.” Boeren weten niet waar ze aan toe zijn, of ze kunnen stoppen, overnemen of vernieuwen. De resultaten verschijnen in de eerste helft van 2026. Van Zutphen wil daarmee bijdragen aan een overheid die afspraken nakomt en duidelijkheid biedt.
Eerdere signalen van de ombudsman
De ombudsman kreeg al langer meldingen over regeldruk, trage besluitvorming en verschillende uitleg per loket. Dat speelde onder meer bij natuurvergunningen, toeslagen via RVO en schade door fauna. De rode draad is dat boeren afhankelijk zijn van beleid dat vaak schuift. Het leidt tot onzekerheid in bedrijfsvoering en planning. De ombudsman wees er in eerdere rapportages al op dat burgers niet de rekening mogen krijgen van beleid dat verandert of blijft hangen.
Relatie met akkerbouw en bollenteelt
Het nieuwe onderzoek spreekt over ‘boeren’ en ‘agrariërs’ in brede zin. Het is niet beperkt tot veehouderij of PAS-melders. Ook akkerbouwers en bollentelers hebben te maken met regels die door de jaren heen veranderden: gewasbescherming, waterbeheer, teeltvrije zones en ruimtelijke beperkingen. Die regels verschuiven per provincie en per jaar. De ombudsman noemt geen sectoren, maar de thema’s raken ook ondernemers buiten de veehouderij. Of die sectoren in het feitenrelaas terugkomen, wordt pas duidelijk wanneer het onderzoek is afgerond.
