Voor asters is het Nederlandse areaal al jaren krimpend. In Afrika had men last van de weersomstandigheden, wat maakte dat er daarvandaan ook minder asters op de markt kwamen. De middenprijs blijft vooralsnog gelijk.
Dat het areaal krimpt blijkt al bij teler Ron van Oosten van kwekerij Zijdezicht. Hij heeft een locatie afgestoten, waardoor hij dit jaar drie in plaats van vier soorten op de markt bracht. „Monte cassino viel af en van de Cassandra had ik een derde minder. Daarentegen is het aandeel import naar mijn idee gegroeid.” De prijzen waren goed, vertelt Van Oosten. „Alleen voor de kleintjes kreeg ik van de zomer niet de prijs die ik wilde.” Marginpar zorgt voor een groot deel van de Afrikaanse handel. Accountmanager Dennis de Gooijer: „Het gaat best goed. Door het weer was er de afgelopen maanden een lage productie, dat is nu weer bijgetrokken. Zeker zodra de Nederlandse asters op zijn, weten ze ons goed te vinden.”
Fred Olree koopt de herfstasters in voor J. van Vliet Bloemenexport, zijn collega Erik van Zuijlen de kleine asters. Olree: „Het seizoen ging heen en weer. In het Nederlandse seizoen verkoop ik ze redelijk goed. Daarna worden de Nederlandse asters te duur.” Olree meent dat er nog maar weinig bloemisten zijn die de aster inkopen. „In de plukboeketen zie je ze nog wel, maar die zijn vooral in Nederland hip.” Van Zuijlen: „Er is niet heel veel vraag naar de kleine asters. De klanten willen ze eigenlijk alleen als ze ze echt nodig hebben. Naar de prijs wordt dan niet gekeken.” De Gooijer: „Het is een onderschatte bloem bij veel kopers. Vooral de zware takken zijn een mooie boeketvuller. Engeland is nog een echt asterland. We moeten wel oppassen: als een product in Nederland te klein wordt, kan het zomaar zijn dat hij van de lijsten verdwijnt.”
