Na jaren met hoge tulpenprijzen en areaaluitbreiding is de handel voor de oogst van 2026 opvallend tam. Kwekers houden hun bollen vast, exporteurs zien afnemers aarzelen en in het assortiment zit meer aanbod dan de markt nodig heeft.
De oogst is niet écht slecht, het is dan ook geen échte crisis. Maar wie gewend is geraakt aan prijzen die ieder jaar blijven stijgen, kan de huidige tulpenmarkt moeilijk anders ervaren dan een koude douche. „Het is nooit normaal”, zegt Hobaho-intermediair Rober Dol, die al dertig jaar in de tulpenbemiddeling werkt. „En wat dit jaar eigenlijk best bijzonder is, is dat de oogst heel gewoontjes is.” De intermediair zag de stemming in de handel al in het voorjaar afzwakken. „Vanaf februari en maart, toen de tulpenbollen richting de broeierij gingen, begon de markt af te vlakken.” Zijn collega Gijs Hoedjes, die nu vier jaar werkzaam is bij Hobaho, vult aan: „Tot de 35+ graden van het Pinksterweekend dachten we nog dat het een heel goede oogst zou worden. Het was immers een groeizaam voorjaar.” De hitte van het Pinksterweekend en de warme, droge periode die volgde zorgden ervoor dat de bollen nu een maatje missen, concluderen de mannen. En dat is niet het enige probleem. De hoge prijzen van vorig seizoen hebben hun sporen nagelaten. Kopers betaalden veel voor hun bollen, terwijl daar in binnen- en buitenland ook nog eens forse uitval bovenop kwam. „Dure bollen én veel uitval, dat komt dubbel zo hard aan”, aldus Hoedjes. Kwaliteit krijgt een steeds hardere scheidslijn: zuur, virus, mijt en fytosanitaire eisen maken het aantal bollen dat daadwerkelijk geschikt is voor bepaalde exportmarkten kleiner. Dol ziet dat terug in de export. Die heeft duidelijk minder bollen verkocht, merkt hij op. „Ze hebben geen zin om bollen te kopen die ze te duur vinden en daar is op dit moment ook helemaal geen noodzaak voor.”
