Op de meeste groente- en bloemenkwekerijen is er geen discussie of er wel of niet CO2 nodig is voor de groei van de gewassen. Hoogstens is er discussie over het na te streven niveau en tijdstip van doseren. In chrysant bijvoorbeeld is het standaard om 150-200 kg CO2 te doseren per uur per hectare. Er is een duidelijk relatie tussen CO2 en groei (assimilatie) van de plant onder gemiddelde voorjaarsomstandigheden in de kas. De concentratie buiten is dan ongeveer 400 dpm CO2. Bij niet doseren overdag zakt die concentratie in de kas en neemt de groei snel af. Bij 280 dpm is al 15% groei ingeleverd. Omgekeerd neemt de groei toe door CO2 doseren. Concentraties van 800-1.000 dpm zijn niet haalbaar bij geopende luchtramen, maar door 150-200 kg/uur/ha te doseren is wel 500 dpm haalbaar. Ten opzichte van niet doseren neemt de groei dan toe met ongeveer 20%.
De meeste zomerbloemen – zoals lisianthus, trachelium, violier, campanula, leeuwenbek, ranonkel, carthamus en limonium – reageren positief op het doseren van CO2. Maar er ontstaan soms ook te zware gewassen of doorwas. Celosia blijft te vegetatief door CO2-dosering en wordt te zwaar en ongelijk, wat ook leidt tot meer uitval. Bij asparagus ontstaat doorwas. Matricaria reageert in het voorjaar met te vegetatieve groei, vertraging en doorwas.
