Het achterliggende lelieseizoen was ongekend goed. Dat is de terugblik, maar in het verschiet zijn er zorgen; voor de teelt, de export, de toenemende maatschappelijke druk en het effect van de nieuwe Omgevingswet, want het grootste gevaar komt toch wel uit de vergaderzalen van gemeentehuizen. Dit bleek gisteren op de leliemiddag in Andijk.
Wijnand van der Kooij praatte gisterenmiddag de lelie- en exportlieden bij die naar de Leliemiddag in Andijk waren gekomen. De jaarlijkse bijeenkomst van de lelievereniging West-Friesland in het dorpshuis wordt georganiseerd en ondersteund door CNB. „De middag is de eerste bijeenkomst na het drukke seizoen. Een mooie gelegenheid om elkaar daarover te spreken en terug- en vooruit te blikken”, zegt Paul van Egdom, een van de bestuursleden.
Van der Kooij refereerde aan het perfecte groeiseizoen. „Plantgoedmaten lelie die voorheen plantgoed bleven, groeiden nog even extra. Wat volgde was een oogstseizoen wat in het kort gezegd de transportsector zeker in november en deels december een beste omzet opleverde.” Ook de productiebedrijven, de export, de toeleveranciers van lege kisten….; allemaal ervaarden ze het seizoen in een omvang ‘die de afgelopen tientallen jaren niet is voorgekomen’, aldus de voorzitter.
Export piept en kraakt
In hoofdlijnen is Van der Kooij bezorgd over de export. De harde valuta’s, zoals de euro versus de Amerikaanse dollar en de Japanse Yen. Daarnaast het euvel: „Al onze exportgebieden hebben lagere bloemenprijzen, hogere bollenprijzen en hogere teeltkosten.”
Wat de export betreft, is nagenoeg alle oogst van 2024 verzonden. De verzendingen naar China gingen vorig jaar vlot weg, maar dat betekende niet dat de bollen er op tijd waren. Vooral een tyfoon gooide roet in het eten waardoor containers in China, maar ook in Vietnam niet gelost konden worden. Van de bijna 100 containers kwamen er 71 met 5 weken vertraging aan en 28 containers maar liefst twee maanden later; die waren niet meer op tijd broeiklaar voor Chinees Nieuwjaar.
Opvallend was de groei van export naar China van plantgoed leliebollen met als einddoel consumptie, een delicatesse in China. Van der Kooij schotelde de aanwezigen een paar mooi opgemaakte borden voor met daarin de leliebol als ingrediënt. Hij schat in dat in China nu 600 ha staat van de eetbare leliebol Lilium davidii. „De plantgoedexporten van vorig jaar zijn deels vervanging, maar ook uitbreiding van deze consumptieteelt.”
Zorgen over broeierij China
Van der Kooij ging wat meer in op de Chinese broeierij. Die heeft het momenteel zwaar. Half december lag de handel er naartoe compleet stil. Dat kwam met name door de gestegen euro sinds juni en de lage bloemenprijzen die de Chinezen kregen voor de Orientals Sorbonne en Siberia. Bovendien lag er nog een voorraadje bollen door de verlate aankomst van de containers. „Dit deed de markt instorten en zij namen de Chileense bollen mee in de val.” De leliebloemenprijzen gingen vanaf half december vorig jaar weer wat de goede kant op. Echter, omdat het nu in Kunming erg koud is , kopen de Chinese broeiers amper nog een bol tot aan de vakantie, het Spring Festival, waarin het Chinees Nieuwjaar (17 februari) valt. Van der Kooij gaf aan dat het wel eens een stroef jaar kan worden voor de Chinese broeiers. „De bloemenprijzen moeten goed zijn voor Chinees Nieuwjaar.” Over de Vietnamese broeierij uitte hij ook zijn zorg. De boosdoeners zijn daar wateroverlast en importheffingen ingesteld door een nieuwe regering.
In Taiwan is het wat rooskleuriger. De Japanse markt liet een krimp zien van twintig procent door de harde valuta, de vergrijzing bij de broeiers en daarmee het afkalvend aantal broeibedrijven. „Die trend zet zich komend jaar door.” Zuid Amerika is een lichtpunt in de afzet. Daar groeit de afzet de laatste tien jaar naar toe en de bollen worden goed betaald. Bedreigingen zijn er wel door politieke veranderingen, het loonklimaat. „Maar ook de Trumpgekte; de importheffingen zijn een bedreiging.”
‘Plant geen rommel en blijf in gesprek’
Voor komend plantseizoen riep Van der Kooij de leliekwekers op geen rommel te planten. Ook adviseerde hij de kwekers die nog geen GAP-certificering hebben dat snel te regelen. Er wordt namelijk over gesproken dat dit een toekomstige eis wordt voor China voor tulp en lelie. De exacte ingangsdatum is er alleen nog niet. „Anthos zet in op GAP-certificering vanaf oogst 2027, maar het kan ook zo zijn dat de ondertekening van het protocol eerder is, waardoor deze eis voor de oogst van 2026 al noodzakelijk is.”
De voorzitter wil dat kwekers en de afzet met de maatschappij in gesprek blijven. Maar ook om verbinding met elkaar te blijven zoeken om weerstand te bieden aan de doorgeslagen wet- en regelgeving. „Die laatste wordt ondersteund door de meetrevolutie waarbij de komma steeds meer naar links verschuift.”
Beleid is onkruid
Op de leliemiddag spraken ook Janny Peltjes van HLB, Simon Rozendaal over ‘paniek om niets’ en Charlotte Meiland van KAVB. Die laatste kent het klappen van de zweep in de wereld van gemeentelijke en provinciale politiek en ruimtelijke ordening. Ze prent de kwekers in dat de uitwerking van de nieuwe Omgevingswet echt gevaren kent. „De grootste bedreiging voor de lelieteelt komt tegenwoordig niet uit de grond, maar uit een vergaderzaal in het gemeentehuis.” En dus moeten kwekers zelf aan de bak: „Beleid is net als onkruid: als je er niet op tijd bij bent, staat het overal.”
In Greenity nummer 216 meer over de Leliedag in Andijk
