De gevaarlijke tijd ten aanzien van bladpuntverdroging en bladverbranding is aangebroken. Gewassen zijn vooral de laatste 5 weken van de teelt gevoelig. Snelle gewas- en knopontwikkeling versterken het optreden van genoemde bladproblemen. U kunt hierop het beste anticiperen door te schermen boven instralingen van 300 W/m2, en/of een lichtverlaging op de ventilatietemperatuur van 1 tot 2°C in te stellen (traject 200 tot 500 W/m2).
Ook bij relatief lage buitentemperaturen is het belangrijk om te luchten als het te warm wordt in de kas. De ervaring leert namelijk dat het voorkomen van te hoge temperaturen belangrijker is dan het op peil houden van de luchtvochtigheid, dus liever afluchten vanwege te hoge kastemperatuur dan ramen ’knijpen’ om het vocht binnen te houden. Vooral boven de 20°C neemt de kans op het optreden van problemen sterk toe. In dit verband gaat het ook vaak fout met te lange P-banden. Het is aan te raden om bij de luchtingsregeling te werken met een min P-band van 0,5 en een max P-band van 4. Probeer ook de naloop windzijde te beperken tot 1 of maximaal 2°C.
