De eerste bollen van de nieuwe oogst zijn inmiddels geplant. Ze hebben een langere kasperiode dan de laatste bollen van de oude oogst. Zorg ervoor dat er geen gat valt in de productie door in de verse oogst direct na opkomst van het gewas de dagen te verlengen tot 16 of 18 uur in Oriëntals en OT-hybriden. De eerste teeltweken kan worden volstaan met 25 µmol PAR aangevuld met6 µmol verrood licht. Verrood is vooral in de eerste weken van de teelt het belangrijkste om teeltvertraging te voorkomen. In de LA- en Longiflorum-hybriden is dit effect veel minder groot of niet aanwezig. Daarna, als het blad volledig is gespreid en de takken gaan uitgroeien, moet de belichting omhoog naar ± 85 µmol/m²/s SON-T (6.000 lux) als geen CO2 wordt bemest of naar minimaal 60 µmol/m²/s SON-T als wel CO2 wordt bemest.
Een ander belangrijk aspect wat met het vroeg starten met belichting kan worden verminderd is de kans op bladverbranding. Bladverbranding kent vele oorzaken die allemaal samenhangen met een te beperkte verdamping: een inactieve plant in het begin van de teelt. Vooral de grote ziftmaten zijn hiervoor gevoelig. Dit wordt zichtbaar als de knoppen gaan uitgroeien. Geef geen water wanneer de knoppen nog tussen de opgevouwen bladeren zitten, omdat dit kan leiden tot broeikoppen.
